Top
De doodsteek voor een succesvol bedrijf? Geld. Geld maakt lui en zorgt voor creatieve armoede. Geld wijst mensen de makkelijke weg. En daar valt niets te scoren. Alleen maar te verliezen.

Herman Heinsbroek:

 

“Geld maakt lui”

 

De doodsteek voor een succesvol bedrijf? Geld. Geld maakt lui en zorgt voor creatieve armoede. Geld wijst mensen de makkelijke weg. En daar valt niets te scoren. Alleen maar te verliezen.

 

 

Nee, hij doet geen zaken meer in Nederland. Herman Heinsbroek zegt het met een ondertoon die een zekere moedeloosheid verraadt. Ja, hij is nadat hij zijn bedrijven verkocht aan Wegener nog wel een paar keer actief geweest, als kapitaalverschaffer. Gelukkig werd hij er niet van. Stonden ze na een tijdje weer op de stoep. Want Herman heeft toch poen zat. “En uiteindelijk,” vertelt hij het met ogenschijnlijk, maar voor hem Herman Heinsbroek ongewone berusting “vraag ik me dan af waarom het niet lukt. Voor ik het wist zat ik weer in de ‘driver seat’. Daar ging ik weer…. Weet je, ik heb mijn hele leven al ondernomen. Ik vond het op een gegeven moment wel welletje”.

 

Er zijn niet zo gek veel mensen die weten wie Herman Heinsbroek is als hij in 2002 als minister van Economische Zaken zijn Bentley parkeert op het Binnenhof. Journalisten duikelen stotterend over elkaar heen. Als je artikelen uit die periode terugleest, is de wanhoop op de parlementaire redacties tussen de regels door leesbaar. Gewend als ze zijn aan zoutloos rechtdoor levende bewindslieden, zien ze zich ineens geconfronteerd met een puisant rijke, stropdasloze, ongeschoren bon-vivant in peperdure designer kleding die zojuist vanuit zijn ‘kapitale villa’ in St. Tropez is ingevlogen. Dat is lastig verslaggeven voor journalisten die bewindslieden prijzen als ze op de fiets naar het Binnenhof komen. Stuk voor stuk zoeken ze op hoe je ‘flamboyant’ spelt.

 

Bot onbegrip

Heinsbroek kwam, baarde opzien en pakte nog geen drie maanden later zijn biezen. Veel te kort om iets neer te zetten, maar lang genoeg om indruk te maken. Het heeft hem nog niet losgelaten, die politiek. Ga met Herman Heinsbroek in discussie over de euro, over Europa, over de verkoop van ABN AMRO, over Wim Kok of over iets triviaals ogend als de status van het openbaar vervoer en kijk wat er gebeurt. Zijn ogen gaan een graadje donkerder, zijn stem verheft zich, de gebaren worden weidser en nadrukkelijker. In zijn stem klinkt een ondertoon van verbazing, verwondering en bot onbegrip. Een ondertoon die we later in het interview nogmaals zouden tegenkomen. Als het over ondernemerschap gaat.

 

Verveling

Dat Herman Heinsbroek ondernemer werd, stond niet van tevoren vast. Hij studeerde rechten en werd toegelaten tot het ‘Diplomatenklasje’ – een voorportaal voor een carrière in de diplomatieke dienst, veelal eindigend als ambassadeur. Zover komt Heinsbroek niet. Al in zijn stagejaar valt het hem op dat zijn toekomstige collega’s ‘in rondjes lopen’ en het contact met Nederland veelal zijn verloren. Paspoorten uitschrijven voor de landgenoten die het kleinood waren verloren – veel meer is het niet, constateert de Rotterdammer. Hij zet er een punt achter en kiest voor het bedrijfsleven. Maar dan wel in een richting die aanspreekt: de muziek. Het werd CBS, de platenmaatschappij. En al snel slaat de verveling toe.

 

Heinsbroek: “Ik moest dansen naar de pijpen van een ander. Terwijl ik het beter wist dan de directeur die boven me zat. Dat kan je arrogantie noemen en daar zou je dan ook nog wel eens gelijk in kunnen hebben, maar het punt is: ik wíst het ook beter”.

 

Dat bewees hij bij Arcade. Toen het destijds veel kleinere label informeerde of hij er directeur wilde worden, had Heinsbroek één voorwaarde: aandelen. Lang verhaal kort: dat belang kreeg hij, zijn aanpak werkte en uiteindelijk koopt Heinsbroek het bedrijf. In de jaren die volgen groeit Arcade tot een internationaal bedrijf met een miljoenen omzet. Heinsbroek richt radio- en tv zenders op en brengt een winkelketen van 10 naar 70 vestigingen. Krap 20 jaar nadat hij Arcade overnam, maakt Wegener Heinsbroek (naar schatting) zo’n 100 miljoen euro rijker en werkloos.

 

‘Aan het gas’

Klinkt als een sprookje, was het ook, maar het ging niet vanzelf. Heinsbroek: “Ondernemen is doorgaan waar anderen ophouden. Ondernemen is dag en nacht bezig zijn met je vak, zeven dagen per week. En waar anderen roepen ‘joh, zou je dat nou wel doen’, ga je juist door. Tot aan het gaatje en als het moet verder. Ga je een keer failliet? Geeft niet. Gewoon opnieuw beginnen. Richard Branson is ook een paar keer aan het gas gegaan. Gewoon doorgaan. Met alles wat je hebt. Dag en nacht, zeven dagen per week”.

 

Te groot in Nederland

“Nee, ik ben zelf gelukkig nooit failliet gegaan. Maar ik ben er een aantal keren akelig dicht bij geweest. Zeker toen ik Arcade net had overgenomen. Oh, hemel - als we straks de salarissen maar kunnen betalen. Waar halen we de centen vandaan? En wat doe je dan als ondernemer? Je gaat nieuwe markten zoeken, je brengt een nieuw product op de markt, je wordt creatief. Kortom, je doet alles om extra geld binnen te krijgen. Dát is ondernemen!”.

 

“Nee, ik heb nooit getwijfeld of het me zou lukken. Ik heb hooguit wel eens getwijfeld of het me op tijd zou lukken. Maar dan gingen we er vol tegenaan. Met alles wat we hadden en dan lukte het uiteindelijk toch. En waarom? Omdat ik doorzette. Ik kan me herinneren dat we naar Frankrijk wilden met Arcade. Groot land, enorme markt, maar dan moet je wel distributie hebben. Ik ben zeven keer voor niks naar Frankrijk gevlogen. Elke keer kreeg ik een ‘nee’. Ik was te groot in Nederland, ze wilden me niet in het zadel helpen – whatever. Daar had ik het bij kunnen laten. Maar ik ging tóch naar de achtste. En die zei ‘ja’.”

 

Pad naar succes

Het zijn, betoogt Heinsbroek, eigenlijk nooit factoren als starre regelgeving, grenzen of fiscale obstakels die het succes van en bedrijf in de weg staan. Zelfs gebrek aan geld mag geen sta-in-de-weg zijn. Sterker nog, gebrek aan geld is een zegen. Gebrek aan geld brengt het beste in ondernemers naar boven. Heinsbroek heeft de voorbeelden paraat. “Toen we met Arcade naar Engeland wilden, moest ik volgens de experts een miljoen pond vrijmaken om artiesten te contracteren. Helemaal niet waar! Ga gewoon de straat op! Maar nee, dat hadden ze nodig. Het werd één groot fiasco. Want hoe gaat dat? Met een miljoen pond in de achterzak, kiest men de makkelijkste weg. Dat doet iedereen al. Dus daar valt niets meer te halen. Is dat geld er niet, dan gaat men op zoek naar creatieve, opvallende oplossingen. Dát is het pad naar succes”.

 

Geld maakt lui

“Geld maakt lui. Als alles karig is, moet je er als ondernemer bovenop zitten en er 24 uur per dag mee bezig zijn om alles te laten werken. De essentie van ondernemen is dat het niet kan maar toch lukt. Hetzelfde met participaties. Staan ze op een gegeven moment weer voor de deur. We hebben weer even drie ton nodig. Ja maar zó werkt het niet! Dacht je dat ik toen ik begon iemand kon bellen als ik even drie ton te kort kwam? Je zorgt maar dat het er komt! Sprokkel het maar bij elkaar. Niks Herman bellen. Werken! Bedenk een nieuw product, zorg dat je een maand later mag betalen, flikker er iemand uit. Bézig zijn met je bedrijf. Dag en nacht. Niet denken, ik ga vanavond lekker uit eten want ik ben jarig. En trouwens, er is geen geld. Dus waar wil je van uit eten?”

 

En weer verschijnt het onweer in zijn ogen, verheft zijn stem zich en worden de gebaren weidser en heftiger. Wat eerst een ondertoon van verbazing, verwondering en onbegrip was, gaat de boventoon voeren. Aangevuld met boosheid: ”Gewoon veel geld in een bedrijf pompen is geen garantie voor succes. Sterker nog, het is gedoemd te mislukken. Kijk naar Talpa”.

 

Maar is dat niet precies wat John de Mol wilde met Talpa? Hij wilde toch graag weer terug naar het échte ondernemen -  met een klein team met blikjes bier rond de keukentafel en tot diep in de nacht mooie programma’s bedenken?”.

 

“Weet je wanneer het was gelukt? Als John om 11 uur ’s avonds had moeten zeggen: we kunnen geen biertjes meer drinken want de poen is op. Moet je dan eens kijken wat er gebeurt. Kijken wie er dan overblijven. Maar nu kon alles. Poen zat, maar geen passie. Begrijp me goed, ik vind John een geweldige ondernemer. De deal zoals hij die met RTL heeft gemaakt is briljant. Dat is zijn niveau van zaken doen in deze fase van zijn leven. Niet weer zo’n tentje opzetten.”

 

Lekkere meiden

Ook Heinsbroek zette gedurende zijn periode als baas van Arcade de nodige ‘tentjes’ op. Radio10Gold en TMF zijn waarschijnlijk de meest tot de verbeelding sprekende, maar zeker niet de enige. “Dat was,” blikt hij terug, “ondernemen vanaf scratch. Dat was enig. Het gebeurde deels omdat ik nieuwe kansen zag en deels omdat ik me een beetje begon te vervelen. Arcade werd groter en groter. Op een gegeven moment ben je geen ondernemer meer maar manager. Dat is niet leuk. Ik kan me nog herinneren dat ik tijdens zo’n dodelijk saaie maar noodzakelijke vergadering iets wilde overleggen met mijn belangrijkste creatief. Maar die konden we niet bereiken. En waarom niet? Omdat het voor hem 3 uur ‘s nachts was. Hij was op een of ander tropisch eiland een clip aan het draaien. Toen dacht ik: ik doe iets fout. Ik doe dus echt iets fout! Die gozer zit daar met een stel lekkere meiden op een palmenstrand en ik zit in vergadering met accountants. Dit trek ik niet! Dat zijn signalen die aangeven dat het steeds minder leuk wordt. Ik kan best een groot bedrijf runnen, maar in feite is dat niet wat ik leuk vindt. Mijn vak is met een kleine club leuke dingen bedenken en succesvol zijn. Maar klein, dat waren we natuurlijk allang niet meer. En ik was geen 25 meer maar 45. Dan heb je een andere drive, andere mensen om je heen, zit je, kortom, in een andere fase van je leven”.

 

Geld vs Waarde

“Als er op een gegeven moment gebeld gaat worden door partijen die je bedrijf willen overnemen, dan weet je dat je een eind bent gekomen. Het waren de grote jongens. ‘We kunnen ze niet meer verslaan, dus kopen we ze’. Ook het CBS waar ik ooit begon, heeft aan tafel gezeten. Dan gaat het natuurlijk voornamelijk over geld. Tot Wegener aanschoof. Die hadden het helemaal niet over geld, maar over waarde. Toen was de deal redelijk snel gemaakt”.

 

Mis je het ondernemen niet?

“Nee, eerlijk gezegd niet. Ook dat heeft te maken met de levensfase waarin je zit. Ik vertelde net al dat ik na Arcade een periode actief ben geweest als kapitaalverstrekker. Ik werd er niet gelukkig van. Waar ik wel gelukkig van word? Ik hou me intensief bezig met de kinderen, ik ben een kunstliefhebber, hou de politiek in de gaten en reis veel. Op die reizen kom je veel Nederlandse ondernemers tegen. Want voor de goede orde: Nederlanders zijn over het algemeen goede ondernemers. We hebben een neus voor mogelijkheden. We zien het geld op straat liggen. Hier, maar zeker ook in het buitenland. Kijk waar het fout gaat. Daar is ruimte, daar is een markt. Nederlanders herkennen dat. En ze zijn niet gebonden door grenzen. Ik kom op mijn reizen veel Nederlanders tegen die het begrijpen – ze kopen een ticket en gaan kijken wat er te halen valt. Zo doe ik het ook. Denk je nou echt dat ik mee ga met een handelsmissie, met de KvK of meelift in het kielzog van een of andere club? Ik ga gewoon met twee of drie vrienden naar China. Klein beetje huiswerk en daar sta je dan, midden in Beijing. Maar je hebt onderweg al mensen gesproken, in je hotel spreek je mensen. Je léért een partij, dat wil je niet weten! Geloof me, je komt overal binnen. Maar je moet er wel héén. Dat is ondernemen. Gewoon gáán. En dat doen veel Nederlanders goed”.

 

Door de stront

Geen ondernemingen, geen participaties. En toen hem duidelijk werd dat hij niet de juiste mensen kon rekruteren, ging ook het plan voor een politieke partij in de ijskast – om daar waarschijnlijk tot in lengte van dagen te blijven. Coachen dan? Er zijn zat jonge ondernemers die Herman Heinsbroek dolgraag als coach of mentor zouden willen.

Slecht idee.

“Mensen moeten zichzelf coachen. En dat geldt zeker voor ondernemers. Ga maar lekker zelf door de stront. Daar heb jij mij niet voor nodig. Wat heeft een jonge ondernemer nou aan de wijze woorden van Herman Heinsbroek, die op een andere manier in het leven staat en succesvol was in een heel andere periode en in een heel andere wereld? Helemaal niets toch? Hij moet het toch zelf doen, zelf voelen. Hij moet zelf de consequenties voelen als iets wel of niet lukt. Dat hele coachen… ja, ik weet dat het een trend is. Ik heb het zelf ook altijd zonder coach gedaan. Je zit er als ondernemer middenin, je hebt alle informatie. Als de ondernemer het al niet weet, waarom zou een ander het dan wel weten? En trouwens, het geeft toch veel meer voldoening als je het allemaal zelf voor elkaar hebt gebokst? “

 

Streetkid

“Waarom ik ging ondernemen? Ik denk waarom de meeste mensen gaan ondernemen. Het is een combinatie van financiële aspecten aan de ene kant en aan de andere kant wil je laten zien dat je het kan. Dat je iets kan neerzetten. Ik ben opgegroeid in Rotterdam, een ‘streetkid with a university degree’. Aan de ene kant de hoeren en de havenarbeiders, aan de andere kant de hoogleraren en professoren. Om op straat te overleven moest je stevig in je schoenen staan. Ik ken de bottom line, weet hoe het er op de straat aan toegaat. Je doet een stap extra om niet de loser te worden. Dat zit in mijn karakter. Ik geef niet op. Dat is in het zakenleven ook niet onhandig”.

 

Bottom