Top
In de bossen achter zijn ouderlijk huis ontwierp hij in 1990 zijn eerste auto. Een vierwieler die later de naam Spyker zou dragen. Anno 2009 is het tijd voor een nieuw geesteskind: de Silvestris 23’ Sports Cabriolet. Was getekend, Maarten de Bruijn.

Er zijn maar weinig mensen in de autowereld die niet van Maarten de Bruijn hebben gehoord. Geen wonder ook, want zijn oogverblindend fraaie Spyker C8 heeft in 2000 de wereld veroverd. Je kon geen magazine openslaan of De Bruijn deed er zijn – op z’n zachtst gezegd opmerkelijke – jongensboekverhaal uit de doeken. De man is blijkbaar verslaafd aan jongensboeken. Vier jaar na zijn vertrek bij de mede door hem opgerichte automobielfabriek, zit ik oog in oog met De Bruijn. Ditmaal is – heel bewust – niet een bloedsnelle supersportauto onderwerp van gesprek. Nee, vandaag gaat het over een várende creatie van de charismatische ontwerper/ondernemer.

 

Vrijgespeeld

“Binnen Silvestris Haute Motive Concepts bedenken we concepten voor eigen rekening en risico. Daar vanuit zetten we een bedrijf op met slechts één doel: deze boten tot een succes maken.” aldus Maarten de Bruijn. “Wij zijn sterk in het bedenken en opzetten; het uitwerken tot gezonde onderneming. Totdat het bedrijf staat zijn wij aan zet, daarna stappen wij opzij voor een solide dagelijks bestuur om het bedrijf de mogelijkheid te geven boven onszelf uit te stijgen.” De ‘wij’ in dit verhaal zijn De Bruijn’s mededirecteuren én oud-Spyker-companen, Jan Willem Schoenmakers en Leon Vergunst. Kort gezegd is Schoenmakers verantwoordelijk voor de technische ontwikkelingen en is Vergunst er voor de zakelijke processen. Laatstgenoemde schuift aan en vult aan: “Maarten is bewust geen directeur in het botenbedrijf. Hij is vrijgespeeld voor nieuwe concepten en ontwikkelingen. Maarten moet je niet in een keurslijf stoppen van een draaiend bedrijf. Zo werkt zijn creatieve brein niet. Hij moet vrij kunnen denken en niet met Excel-sheets en managementrapportages bezig zijn. Het is te vroeg om concreet te zijn over de toekomst, maar hoe dan ook komen we met iets nieuws. Iets dat in de lijn ligt van de Silvestris, een luxe product. Of er een auto aankomt? Mogelijk. Maar ook persoonlijk vervoer in de lucht is niet uit te sluiten. Kijk, in de basis zijn we een bedrijf in vervoersconcepten. In de allerbreedste zin van het woord.”

De Bruijn: “Of ik ondernemer tegen wil en dank ben? Ik heb nooit in loondienst gewerkt. Dat komt, ik wil dingen kunnen creëren en daarvoor moet ik dat in mijn eigen onderneming doen. Wanneer ik het voor een baas doe, moet ik luisteren naar wat hij wil. En uitvoeren wat een ander in zijn hoofd heeft, dat trekt me helemaal niet. Wij drieën vullen elkaar perfect aan. Nu heb ik rust in mijn hoofd, bij Spyker had ik dat niet. Ik was verwikkeld in een beursgang en deed op het laatst niet meer waar ik goed in was. Dan zit je taak er op. Daarom hebben we dit bedrijf zo opgebouwd. Iedereen doet waar hij goed in is. We hebben een enorme overlap en er is sprake van een absolute synergie.” Vergunst: “Het belangrijkste is om met die synergie meer en meer bekendheid te genereren. Het succes komt ons, ondanks het Spyker-verleden, echt niet zomaar aanwaaien. Het duurde bijvoorbeeld járen voordat we de naam Spyker fatsoenlijk op de kaart hadden gezet. Een boost kregen we mede dankzij bekende sterren die er één bestelden en een filmrol in Basic Instinc II. We merken nu met Silvestris ook dat het tijd kost. Ga maar na: we beginnen in een voor ons volstrekt vreemde markt met een merk dat niemand kent. Toch was het een kwestie van ‘gewoon doen’. Alledrie hebben we een andere achtergrond, maar toch zijn we er vol voor gegaan. Voor ieder probleem is een oplossing, daar geloof ik heilig in. We hebben het prototype van de Silvestris 23’ Sports Cabriolet helemaal met de hand gebouwd. Met z’n drietjes ja, in minder dan een jaar tijd. Maarten had dat natuurlijk al met de Spyker gedaan, maar dit was toch anders. Natuurlijk weten we dondersgoed waar we mee bezig zijn. We zijn niet louter een droom aan het najagen. De Bruijn: “We doen waar we goed in zijn en wat we leuk vinden: ideeën produceerbaar maken.”

 

 Calimero

Het is slechts een paar minuten lopen van het bedrijfspand aan de Loosdrechtse Plassen, naar waar ik de ‘Boot Couture’ ga zien. Het is een stralende dag en beide heren hadden geenszins moeite met mijn voorstel om een deel van de fotosessie op het water te laten plaatsvinden. “Je treft het,” zegt Vergunst. “Speciaal voor een Belgische klant hebben we een blower-variant van de Silvestris gebouwd en die ligt momenteel in het water. De 8,1 liter V8 levert 600 pk en is goed voor een topsnelheid van 120 km/h. Onwaarschijnlijk snel op het water, maar dat zul je zo wel merken.”

Het frappante is dat de Silvestris 23’ Sports Cabriolet met zijn zeven meter een vrij compacte boot is. In de assemblagehal oogde hij al zo, maar zo in het water aan de kade, is het echt een kleintje. “In Monaco zijn we Calimero,” grinnikt De Bruijn. “Maar zo is hij weldegelijk bedoeld. Als tender. Het kan toch niet zo zijn dat de eigenaar van een megajacht zich met een rubberbootje moeten laten vervoeren naar de kade alwaar een dikke Bentley hem opwacht? Dat moest chiquer kunnen.”

Piep-piep! De Bruijn richt de afstandbediening op de Silvestris die zich sierlijk opent als ware het een lotusbloem. Het afgesloten dek draait als weg en tovert zodoende het meubilair tevoorschijn. Een geniale vondst. “Op deze manier hoef je in ieder geval niet meer te klooien met zeiltjes en ritsen die het niet doen,” aldus de ontwerper. “Zo zijn we ook de eersten die écht leer in een open boot hebben geïntroduceerd. Dat gaat schimmelen, zei men. We hebben er onderzoek naar gedaan, het laten ontwikkelen en zie hier: het kan wel! Van kruisbestuiving krijg je innovatie, zeg ik altijd. Omdat je vanuit een andere kant komt en denkt, leer je van elkaar. En daar komen weer nieuwe ideeën en varianten uit voort. 

Vergunst: “Dit dek is een unicum. Geen boot in de wereld die dit heeft. Het bedenken, ontwerpen en uitvoeren heeft de nodige hoofdbrekens gekost, maar het werkt feilloos. De basisgedachte van de boot is dat je ‘m moet gebruiken zoals je een sportauto gebruikt. Het aardige is dat negen van de tien mensen die achter het stuur gaan zitten, naar het gaspedaal zoeken. O nee, ik zit in een boot.”

De Bruijn vult aan: “Alles aan de boot is eigen. Als je zo’n complex organisme samen bouwt, dan moet het op elkaar afstemmen. Jouw hart klopt niet in mijn lichaam. Het andere is: alles wat je ziet, ruikt, voelt, al je zintuigen moeten geprikkeld worden. Want dat is waardoor je het beleeft en ervaart. Dus geen standaard stuur uit een catalogus, maar zelf maken. Anderen doen dat wel, dus wij pertinent niet. Met Spyker hebben we dat ook niet gedaan. Op die manier wordt een creatie namelijk nooit eigen.

Ik wilde een boot maken die subliem is, maar die wel moet voelen als een auto. Dat is gelukt door de manier waarop je zit en je de boot vaart; het dashboard, de features. Het mooiste compliment is wanneer mensen zeggen: het is echt een auto! Daar liggen immers onze roots. Maar goed, hij vóelt blijkbaar echt zo. Sommigen zeggen dat de Silvestris retro is, maar dat is niet zo. Hij is tijdloos. Hij zou dertig jaar oud kunnen zijn, maar hij zou ook over dertig jaar nieuwe geïntroduceerd kunnen worden. Na de Silvestris, later dus de Spyker, is dit weer een kind van me dat ter wereld is gekomen. Zo ervaar ik het echt. Mijn ziel en zaligheid zit er in verweven.”

 

Lijmen en nagelen

Niet gek veel later denderen we met een schaamteloze snelheid over het water. Of moet ik zeggen: we doorklíeven het water. Want ongelofelijk maar waar, deze Silvestris voelt onwijs stabiel aan. Je kunt er zelfs mee driften. Maar geen moment kreeg ik het gevoel 120 km/h te gaan. En dat is complimenteus bedoeld. Slechts een subtiele hoofdknik en knipoog van Leon Vergunst verried dat we kortstondig de topsnelheid hadden aangetipt. Kortstondig inderdaad, wetende dat deze gorgelende über-Silvestris er met gemak 200 liter brandstof in het uur doorheen jaagt...

Wanneer we met een waterfietsgangetje terugvaren, legt Maarten de Bruijn uit waarom zijn schip zo stabiel aanvoelt. “Dit is de enige boot ter wereld die gebouwd is rond een buizenframe. We lijmen en nagelen het aluminium aan dat buizenframe. Ook weer een basisgedachte die we hadden bij deze boot. Waarom zouden we rond spanten bouwen? Dat is namelijk een hele klassieke manier van bouwen. Een onlogische constructie bovendien. Met lassen verzwak je overal je platen, dus kunnen we niet iets anders doen dan spanten? En daar kwam onze autokennis om te hoek kijken. Het buizenframe fungeert bij de Silvestris als een oersterke backbone. Daaromheen komt het dunne plaatmateriaal, dus de sterkte komt uit de constructie. Lijmen en nagelen heeft als bijkomend voordeel dat je niet meer hoeft te plamuren. Vooruit, we plamuren de kopnagelgaatjes, maar dan kan hij ook zo worden gespoten. Het resultaat is een ontzettend stijve boot.” Vergunst: “Geloof me, hier hebben we vriend en vijand mee verbaast. De afgelopen jaren hebben we heel veel gevaren met talloze botenmensen en die waren stuk voor stuk impressed.”

Als warme broodjes gaat deze Silvestris (nog?) niet over de toonbank, maar inmiddels zijn er vijf stuks verkocht. Vergunst: “Het gaat langzaam maar gestaag. Natuurlijk merken we dat de markt anders is. Een jaar geleden was de handel veel sneller, knopen werden eerder doorgehakt. Men houdt het geld in de zak. Niettemin zijn we ons dealernetwerk aan het uitrollen op het moment. We beginnen met Europa en dan is het Verre Oosten aan de beurt. Bovendien leeft duurzaamheid enorm. Je zou het niet zeggen met zo’n Blower, maar we zijn er serieus mee bezig. Sowieso komt er een hybridevariant van negen meter die we willen uitrusten met twee motoren, waarvan één er wellicht een elektromotor is. We zijn ons aan het oriënteren want de kosten van de accu’s zijn extreem hoog. Maar kijk vooral niet gek op als er volgend jaar een groene of hybride Silvestris wordt gepresenteerd...”

 

 

 

Tekst en fotografie Mike Raanhuis

 

 

 

Bottom