Over die ‘move’ waar we het net over hadden, later meer. Eerst Rogier Smit. Smit is zo’n ondernemer waarvan er meer zijn, maar die je zelden hoort of ziet. Het klassieke verhaal: begon na de middelbare school net als bijna iedereen bij een werkgever, had al snel het idee dat hij het zelf beter kon en begon voor zichzelf. Het was meteen raak. De groothandel in schoenen die hij kocht was ‘enigszins’ succesvol, de schoenengroothandel die hij drie jaar later verkocht was uitermate succesvol. Het verschil, een paar ton, parkeerde Smit op zijn bankrekening en hij vertrok voor drie maanden naar de Verenigde Staten.
Smit: “Daar wilde ik altijd al eens voor langere tijd naar toe. Geloof je in reïncarnatie, dan was ik in een eerder leven Amerikaan. Wat me trekt? Vooral de vrijheid. Je toekomst is daar minder uitgestippeld dan in Nederland. Je bent er in grote mate zelf verantwoordelijk voor. Dat is voor veel mensen lastig, maar als het je ligt dan kun je er alle kanten op. Mij ligt het wel, denk ik”.
Stages
Eenmaal terug op vaderlandse bodem koopt Smit een kippenslachterij. Een kippenslachterij? “Ja, dat heb ik vaker moeten uitleggen, van de schoenen naar de kippen. Ik kon het bedrijf voor weinig kopen. Dat was de enige reden. Ik heb het binnen een jaar weer verkocht. Met winst. Probleem was alleen dat ik er totaal geen lol van had, van die verkoop. Nul voldoening. Daar raakte ik van in de war, want zakelijk was het een goede deal. En daar knelde ‘m ook de schoen, achteraf: het was een puur zakelijke transactie. Ging alleen maar om geld. Iets saaiers bestaat niet.”
“Ik ben een zondagskind. Ik kom uit een nest waar geld nooit een issue was. Ook nooit onderwerp van gesprek trouwens. We waren niet rijk, maar minstens welgesteld. Toen ik die schoenengroothandel wilde overnemen, was het er gewoon. Daarom schrok ik behoorlijk toen ik zo in de war raakte. Ik ben daarop weer terug gegaan naar de States. Deze keer niet om vakantie te houden, maar om te leren. Ik heb er een paar trainingen gevolgd, veel met mensen gesproken en een paar stages gelopen. Noem het maar de grote zoektocht naar jezelf, naar je echte passies. Die heb ik overigens nooit gevonden. Ik heb door de jaren heen geleerd dat ik veel leuk vind, maar nergens een brandende passie voor heb. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik bedrijven heb of heb gehad in bijna elk denkbare branche. Het wordt trouwens wel een erg psychologisch verhaal. Kunnen we niet wat concreter worden?”
Twijfel
Dat kan. Wat feiten. In de afgelopen 20 jaar kocht Smit 21 bedrijven. Dat is inclusief de schoenengroothandel en de kippenslachterij. Begin dit jaar had hij er nog zeven. Inmiddels nog vijf. Er staan er nog vier in de etalage. Voor drie is serieuze belangstelling. De vierde wordt waarschijnlijk geliquideerd. Smit: “Dat bedrijf krijg ik maar niet aan de praat. En verkocht waarschijnlijk ook niet.”
Met het oog op de feiten, lijkt het erop dat Smit dus is doorgegaan, waar hij met de kippenslachterij in Barneveld zo’n rottig gevoel aan overhield: kopen, beter maken en verkopen. Maar dat is schijn, vertelt hij. “Nee, na het avontuur in Barneveld, heb ik nooit meer bedrijven gekocht met het idee ze snel weer te verkopen. Soms heb ik dat wel gedaan overigens. Als ik de boel niet snel genoeg op de rit kreeg of als de branche me uiteindelijk tegenviel. Drie jaar geleden had ik nog 11 bedrijven. Toen begon de twijfel weer toe te slaan en rijpte het idee om te emigreren. Mede overigens door wat persoonlijke omstandigheden. Maar tot zeg maar medio vorig jaar heb ik die bedrijven serieus gerund.”
Het varieert van groothandels tot fabrikanten. Van handelshuizen tot het importeurschap van speelgoed voor lagere scholen. Allemaal gekocht trouwens. Geen enkel bedrijf is door Smit van de grond af aan opgebouwd. Qua omvang variëren de ondernemingen van vijf tot 60 medewerkers.
Nederigheid
Op het eerste gezicht is er tussen de bedrijven geen enkel verband te ontdekken. Dat valt volgens Smit mee. “Synergie is er niet, maar er zijn wel degelijk overeenkomsten. Alle bedrijven doen in fysieke producten, je kunt ze vasthouden, wegen, bekijken. Bovendien liggen ze bijna allemaal ergens in een winkel – consumentenproducten dus. Waarom? Ik wil een beetje verstand hebben van wat ik verkoop. En aangezien ik niet zoveel weet, valt er veel af. Maar, niets menselijks is me vreemd hoor. Ik zondig op gezonde wijze tegen mijn eigen spelregels. In één geval zelfs dubbelop: een B2B dienstverlenend bedrijf. Twee zelfs, bedenk ik me nu. Een forensisch accountantskantoor en een automatiseerder. En die draaien ondanks dat ik van beide vakgebieden niets afweet uitstekend. Bovendien handige bedrijven om te hebben, in praktisch opzicht. Weet je, je houdbaarheid als ondernemer is veel beperkter dan je graag zou willen. Je neemt zo’n bedrijf over, brengt er nieuw elan in en als je het goed doet, hebben ze je na een tijdje niet meer nodig. Dat is een les in nederigheid die ondernemers wel eens vergeten. Ik vraag het wel eens aan vrienden: als jij vandaag nou dood neervalt, valt de tent dan morgen om? Meestal is het antwoord nee.”
‘Peanuts’
“In het gebrek aan synergie heb je natuurlijk wel een punt. Ik heb er serieus over nagedacht om meerdere schakels in een en dezelfde bedrijfskolom te kopen. Op het eerste gezicht klinkt het aantrekkelijk. Maar het heeft ook nadelen. Ten eerste staan zo’n beetje alle bedrijfskolommen op zijn kop en niemand weet hoe we er wat dat betreft over drie jaar voor staan. Bovendien: ik wil geen winkels. Winkels zijn bewerkelijk. Ze hebben twee aspecten waarvan ik geleerd heb me er verre van te houden: onroerend goed en personeel. Beide zijn bijna niet te vinden. Tenminste, als je op zoek bent naar A-locaties en A-medewerkers. Beide essentieel als je er wat van wilt maken. Winkeliers klagen dat hun omzet wordt afgeroomd door internet, maar de waarheid is veel genuanceerder. Ze maken er zelf een potje van. Ze nemen genoegen met een B-locatie, betalen hun mensen peanuts en weigeren te investeren in klantgerichtheid. Vind je het vreemd dat de consument zijn heil steeds vaker zoekt op internet?”
Scherpe kantjes
Over twee of drie maanden, afhankelijk van wat zakelijke ontwikkelingen, stapt Rogier Smit op het vliegtuig naar Amerika. Voorgoed. “Dat ik naar Amerika vertrek heeft verschillende oorzaken. Punt één: het kan nu. Ik ben twee jaar geleden gescheiden. Dus ik kan de knoop om alles achter te laten en ergens opnieuw te beginnen helemaal zelf doorhakken. Tel daarbij op dat ik de VS zie als het Mekka van ondernemen. Zakelijk, kapitalistisch, minder regels. Ze laten je er min of meer je gang gaan. Een heerlijk land. Soms wat scherpe kantjes, maar over het grote geheel een heerlijk land.”
Daarmee gaat Smit, niet voor het eerst in zijn zakelijke carrière, tegen de stroom in. Iedereen zoekt zijn heil in nieuwe markten zoals China en Smit werpt zich op een ‘oude’ volwassen markt die er bovendien niet al te best voor staat. Was China niet een slimmer idee?
“Naar China? Kom op zeg, wat is daar nou spannend aan? Ik ben er geweest. Ik wil niet beweren dat zaken doen daar een fluitje van een cent is, maar als je de weg weet, is alles mogelijk. Het is een opkomende, snel groeiende economie. Je hoeft je niet extreem uit te sloven om daar succes te hebben. Hooguit opletten met wie je zaken doet. Dat is toch geen kunst! Maar ik begrijp die goldrush wel uiteraard. Alles ligt daar nog open, complete markten liggen er voor het grijpen, dus het is makkelijk scoren. Ik zou er persoonlijk weinig voldoening uit halen. Maar als het je puur om de centen te doen, is het de place to be. Het is een van de weinige landen waar je snel rijk kunt worden. Maar geld is nooit mijn drijfveer geweest. Rijk, vermogend, geld – het zegt me niets. Lees alle goeroeboeken er op na: geld is een prima motivator, maar rijk worden niet. En snel rijk worden al helemaal niet. Als dat je motivatie is, dan brand je op.”
Machtcentrum
“Ik ga juist naar Amerika vanwege de uitdaging. Ik wil weten of wat me hier lukte, me ook lukt in de meest concurrerende economie ter wereld. De VS is de eredivisie van het zaken doen. Nee, de Champions League. Mijlenver verheven boven elke andere economie. Concurrenten vreten elkaar met huid en haar op. Het is sport, een bokswedstrijd zonder handschoenen. Je wint of je verliest. Er zit niks tussen in. Als je wint ben je succesvol en dan is de sky the limit. Als je verliest, dan ga je ook zo verschrikkelijk op je gezicht dat je in een kartonnen doos slaapt. Amerikanen hebben die ‘do or die’ mentaliteit en ik ben benieuwd of ik me in dat geweld kan handhaven. Misschien kom ik over een half jaar met de staart tussen de benen weer terug.”
“Nee, ik heb werkelijk nog geen idee wat ik er exact ga doen. Ja, ik weet wel waar ik ga wonen. New York. Ik bedoel, als je dan toch de meest competatieve economie ter wereld wilt veroveren, zoek dan het machtscentrum op. Ik zie wel wat ik aantref. De timing is goed. De Amerikaanse economie ligt op zijn gat. Er zijn veel bedrijven voor relatief weinig geld te koop en over het algemeen verwacht men dat de bodem nog niet in zicht is. De kunst wordt te kopen vlak voordat de economie tekenen van herstel gaat vertonen. De Amerikaanse economie is flexibel. Een paar zonnestraaltjes zijn voldoende om de boel op te warmen. Bovendien wordt begin volgend jaar een nieuwe president geïnstalleerd. Dat is historisch gezien vaak een moment waarop de economie aantrekt. Tegen die tijd wil ik eigenlijk wel ‘in business’ zijn.”
Bloedbad
“Er wordt tegenwoordig erg ingewikkeld gedaan over ondernemen. Het aantal trainingen en cursussen loopt de spuigaten uit. Ik vind het prima dat iemand kan leren hoe je een businessplan schrijft, maar noem ‘m nou niet meteen ondernemer zodra hij de laatste regels heeft getypt. Ondernemen is zo ongeveer het simpelste wat je kunt bedenken. Je koopt iets voor 1 en je zoekt iemand die het voor 2 wil kopen. En als je een écht slimme ondernemer bent, heb je de koper al gevonden voordat je inkoopt. Dat is het. Niks meer, niks minder. Tegelijkertijd is het duidelijk niet voor iedereen weggelegd. Waarom? Ik heb géén idee. Als je me vraagt wat nou de kenmerken zijn van iemand die een kans maakt als ondernemer, hou ik mijn mond. Ik heb ooit eens iemand aangemoedigd iets te beginnen omdat ik dacht dat die vent er geknipt voor was. Slim, snel, zakelijk, scherp, harde werker. Het werd een bloedbad. En als ik naar mezelf kijk: wat kan ik nou eigenlijk? Eigenlijk helemaal niets. En toch bouw ik in 15 jaar tijd een behoorlijke winkel op. Waarom? Jij mag het zeggen?”
Ondernemen? Je moet het gewoon doen. Niet helemaal zonder voorbereiding, maar ik ken mensen die al vijf jaar bezig zijn ‘voor zichzelf te beginnen’. Verlamd door alle kennis die ze zich in hun kop hebben laten prenten in opleidingen, boeken, cursussen en in de media. Nóg maar een spreadsheetje, nóg maar een marktanalyse, nóg maar een managementboek. En nóg hebben ze niet genoeg om te beginnen. Ondernemen is geen rocket science. Je moet een paar dingen op een rijtje hebben en vervolgens moet je keihard aan de slag. En je taak is heel simpel en overzichtelijk: zoveel mogelijk mensen zoeken die meer willen betalen dan jij voor het product betaalde. Hoe moeilijk kan het zijn… En lukt het niet? Fail fast. Hak knopen door. Probeer iets anders. Realiseer je dat timing en geluk ook bijdragen aan succes of falen. Je bent geen superman. Je hebt veel minder in de hand dan je denkt.”



