Top
“Wil iemand me even vertellen wat ‘groene daken’ zijn?”. Er is enige stemverheffing nodig om de heren uit hun dialoog te halen. De een gaat volledig op in zijn spreekwoordelijke nieuwsgierigheid. De ander in zijn gedrevenheid. En ik, die straks alles op moet schrijven, heb geen idee waar ze het over hebben.

“Groene daken is een nogal brede term,” legt Sven van Kuijk uit. “Waar wij ons specifiek op richten is een dak dat bestaat uit rotsplantjes, geplaatst op een bestaand, plat dak. Dat biedt verschillende voordelen. Het is goed voor het milieu, het is duurzaam, het werkt isolerend en je bestaande bitumendak gaat twee tot drie keer langer mee.”

“Nee, de aanleg is niet ingewikkeld. De basis is een folie die naar schatting 40 jaar meegaat. Daarop komt een drainagelaag, dan een laagje grond met organisch materiaal en bovenop worden de plantjes geplaatst. Met matten. Vergelijk het maar met het plaatsen van graszoden.”

Oswald Schwirtz: “Hoe kóm je op dat idee…?”

“We hebben zelf een dakterras, puur voor vertier. Een Duitse hovenier die we kennen, kwam met het idee om de voorste rand te bedekken met dit materiaal. Dat was in 2000 of zo. Ik kende dat hele spul niet, maar voor hem was het de meest logische manier om een plat dak te bedekken. Dat hebben we gedaan. Vervolgens ben ik iemand die zich daarin gaat verdiepen. Dan blijkt dat wij zo’n beetje het enige land ter wereld zijn waar een dergelijk dak zo goed als onbekend is. Zeker in Amsterdam.”

“Ja, Amsterdam moet zich schamen. In Groningen krijg je zelfs subsidie als je het laat aanleggen. In Rotterdam zijn ze ook veel verder. Met een reden trouwens. Een Ecodak houdt water vast waardoor het minder massaal en gefaseerd in het riool terecht komt. In Rotterdam heeft het riool moeite met veel regenwater tegelijk. Hoe langer ze het regenwater op het dak houden, waar een deel ook nog eens verdampt, des te beter. Een groen dak vermindert de druk op het riool met 62%.”

“Wat kost het, per vierkante meter?

“Hangt een beetje af van de omvang van het dak. Reken tussen de 80 en 100 euro per vierkante meter. Maar de prijzen lopen sterk uiteen. Ik heb €40 en ik heb €220 per vierkante meter gezien. De markt is nieuw en onvolwassen. Er komt nog wat natte vingerwerk bij kijken. De prijzen zijn niet gebaseerd op ervaringscijfers.”

“Bespaart het wat? Kun je dat berekenen?

“Ja, dat valt te berekenen. Op de website komt straks ook een rekenmodule die omrekent hoeveel CO2 je groene dak scheelt. Daarnaast haalt het fijnstof uit de lucht. Bovendien produceert een ecodak van 25 vierkante meter zuurstof voor 1 persoon. Een normaal dak, zo’n 50 vierkante meter gemiddeld, levert dus zuurstof voor twee personen. Tenslotte scheelt het natuurlijk ook in de gasrekening door de isolerende werking. Maar de effecten van de isolerende werking zijn in de zomer groter dan in de winter. In de zomer kan de temperatuur van een gewoon plat dak oplopen tot zo’n 80 graden. Een ecodak wordt nooit warmer dan 30 graden. Dat was een van de triggers waardoor we in het voorjaar starten met een pilot voor een woningbouwvereniging. Die kregen klachten over zomerse hitte in de huizen en daar is dit systeem ideaal voor.”

“Heb je al verkocht?”

“Ja, al is het op kleinere schaal. Voor komend voorjaar staan er meerdere projecten gepland. Dus het begint te lopen.”

“Ik heb wel eens het idee dat mensen het af en toe een beetje gehad hebben met eco, met duurzaam en milieu. Merk je dat?”

“Nee, eerlijk gezegd niet. Zeker niet als je met particulieren praat. Die hebben trouwens, en dat is wel verrassend, allemaal verschillende koopmotieven. De een doet het vanwege het esthetische effect, want zo’n groen dak is natuurlijk mooier dan een bitumen dak. De ander valt voor het ecologische en duurzame verhaal en de derde gaat het vooral om de isolerende werking. Maar van weerstand heb ik nooit iets gemerkt. Waar we af en toe wel weerstand ondervinden is bij ambtenaren. Daar wil er nog wel eens een bij zijn die het niet ziet zitten. Maar dat is niet vanwege de duurzaamheid of iets dergelijks. Dat heeft meer te maken met het feit dat ze het niet kennen. Daar raken ze een beetje van in de war.”

Ben je optimistisch als het gaat om duurzaam ondernemen?

“Ja, we hebben de tijdsgeest mee. Als je ziet wat er momenteel allemaal aan initiatieven worden genomen… dat is ongelofelijk. En als je de toekomstige president van de US hoort zeggen dat hij zich gaat hard maken voor een beter milieubeleid – dan zie ik meer dan voldoende impulsen om duurzame alternatieven op gang te helpen. Ik denk dat het een enorme branche wordt. Heel breed – water, bouwen, energiebeheer. Er zijn nog heel veel slagen te maken, maar dat komt wel. Natuurlijk is de huidige crisis vervelend. Dat kan voor stagnatie zorgen.”

 Heb je veel contact met andere duurzame ondernemers?

“Ik heb uiteraard marktonderzoek gedaan en ik weet dat er meer mensen met ecodaken bezig zijn. Maar vaak in combinatie. Geen echte specialisten die zich alleen maar op groene daken richten. Als je het breder hebt over duurzaam ondernemen: ik ken er eigenlijk maar weinig.”

De Kamer heeft drie keer een bijeenkomst voor duurzame ondernemers georganiseerd. Daar kwamen in eerste instantie vooral marketeers, bankiers en consultants op af. Pas bij de laatste bijeenkomst waren de ondernemers in de meerderheid. Wat me opvalt is dat die mensen heel gedreven zijn door de duurzaamheid van hun product. Heb jij dat ook? Of had je ook auto’s of boten kunnen verkopen?

“Ik denk dat het fenomeen duurzaamheid een zekere slag ondernemers trekt. Ik kan het niet onderbouwen, maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die nu pas gaan ondernemen, juist omdat ze duurzaam kunnen ondernemen. Vanuit bevlogenheid. Dat aspect is voor mij ook leidraad. Ik kan me er alleen met hart en ziel ingooien als ik er volledig achter sta.”

Is het puur idealisme wat je drijft?

“Ik wil er natuurlijk een boterham mee verdienen. Het is passie, maar geen vrijwilligerswerk. Dit is volgens mij typisch zo’n product dat van de ene op de andere dag kan aanslaan. Je weet alleen nooit wanneer die dag is aangebroken. Ik hou er serieus rekening mee dat het een ‘echt’ bedrijf wordt. Met alles wat daarbij komt kijken. Ik hoop alleen dat ik tegen die tijd wel in staat ben gebleken om de juiste mensen om me heen te verzamelen. Kleine projecten leg ik zelf. Maar zodra het een beetje omvang begint te krijgen, dan moet je mensen inhuren. We zijn bezig woningcorporaties te benaderen. Gaat dat lopen, dan heb je een trits mannen nodig.”

Zijn die plantjes eigenlijk goed te krijgen?

“Er zijn twee grote kwekers. Je kunt het spul het hele jaar door kweken. Het is onderhoudsarm. Je hoeft het niet te bemesten, te maaien, te snoeien of wat dan ook. In de zomer bloeit het en trekt het vlinders aan. Mensen denken wel eens dat het te zwaar is. Maar een grinddak is zwaarder. Je hebt zelfs geen vergunning nodig omdat je de dakconstructie niet hoeft aan te passen. Trouwens, op Schiphol ligt het ook.”

Dus zó onbekend is het ook weer niet…?

“Er zijn in het verleden wel eerder initiatieven geweest om dit van de grond te krijgen, maar dat is stukgelopen op weerstand, onbegrip en bureaucratie. Deels met de kennis die destijds is opgedaan, ben ik nu met iemand bezig een servicepunt groene daken in het leven te roepen.”

Als je nou mag dromen, waar sta je dan over een jaar of vijf met je bedrijf?

“Dan heb ik een kantoor met uitzicht op een groen dak. En het zou heel mooi zijn als ik tegen die tijd een concrete bijdrage heb geleverd aan de toename van groene daken.”

 

Bottom