Top
Als hij de fotograaf toestemming heeft gevraagd om zijn jasje uit te mogen doen, richt hij zich tot mij. “Heeft u er bezwaar tegen als ik een sigaartje opsteek?” Het ‘u’ zal hij consequent volhouden. “Ik heb uw interview met Heinsbroek gelezen. Ik vind het mooi wat hij zei: ondernemen is het onmogelijke voor elkaar krijgen. Dat is raak gezegd. Ik weet niet wat er verder in het artikel stond. Ik lees altijd alleen de kop en soms het intro. De rest heeft geen zin. Ik word er doodmoe van en mis de essentie. Ik ben dyslect. Dat heeft trouwens ook voordelen. U moest eens weten hoeveel tijd het scheelt als je niets hoeft te lezen.”

 

Ik realiseer me ineens dat ik voor het eerst een stuk over iemand ga schrijven die het zelf nooit zal lezen. Vreemde gedachte. Maar veel tijd om er bij stil te staan is er niet. Mijnheer des Bouvrie, tweede sigaartje inmiddels, steekt van wal. Hij kan dan niet lezen, praten gaat hem uitstekend af.

 

Het levensverhaal van Jan des Bouvrie is zo langzamerhand wel bekend. Meubels en interieurs werden hem vanuit huis, boven de meubelzaak van zijn ouders, met de paplepel ingegoten. Als hij uit militaire dienst wordt getrapt, stippelt zijn moeder fijntjes zijn toekomst uit: “Mooi dat je weer thuis bent. Kun je beneden bankjes gaan verkopen.” Discussie was misplaatst en overbodig. Jan des Bouvrie, die eigenlijk op vakantie wilde, moest aan de slag.

 

Toelatingsexamen

“Terugkijkend is dat waarschijnlijk mijn mazzel geweest. Ik werd door mijn moeder zo, bam, het diepe ingegooid. Had ze dat niet gedaan, was ik misschien ergens als ontwerper in dienst getreden. Dan had ik de retail nooit zo goed leren kennen. Dat is later enorm belangrijk gebleken.”

 

Dat Jan des Bouvrie zich op dat moment ontwerper mag noemen is trouwens een klein wondertje. Door zijn leesblindheid gaat het op school alles behalve vlekkeloos. Dyslectie was destijds nauwelijks bekend, laat staan erkend. Je was dom. En als je erg dyslectisch was, zoals de kleine Des Bouvrie, zelfs erg dom en hoorde je op de lom-school. Als hij later op de Mulo voor de derde keer op rij blijft zitten, lijkt de gedroomde opleiding op de Rietveld Academie onbereikbaar. Aangemoedigd door ontwerpers die wel wat zien in de schetsen van Des Bouvrie junior, levert Des Bouvrie senior zijn zoon met een stalen gezicht af op de Rietveld Academie voor het toelatingsexamen. De rest is geschiedenis.

 

Stage, stage, stage

Topondernemers zat in Nederland, maar er is er voorzover bekend maar één naar wie een college én een academie zijn vernoemd. En laat dat nou diezelfde dyslectische lom-leerling van toen zijn. Het Jan des Bouvrie College is een onderdeel van het ROC in Amsterdam. De Jan des Bouvrie Academie, een HBO, staat in Deventer en is onderdeel van Saxion Next, een particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs.

 

“Die opleidingen zijn een natuurlijke liefde,” vertelt Des Bouvrie. “Creatieve mensen zijn creatief. Daar hoef je niet zoveel aan te doen. Maar wat je ze moet leren is hoe ze die creativiteit moeten gebruiken. Hoe ze moeten verkopen. Dat betekent leren omgaan met mensen. Kortom, stage lopen, stage lopen en nog eens stage lopen. En als het goed is, werken ze in het weekend in een meubelzaak.”

 

Financieel slordig

Deventer draait inmiddels al weer even, Amsterdam is net gestart. “Ik was geïnspireerd door het College Hotel in Amsterdam. Dat wordt volledig gerund door leerlingen van het ROC, onder supervisie van leerkrachten. Dat is geweldig! Maar er zitten natuurlijk ook een hoop creatieve kinderen op zo’n ROC en die kunnen niet naar de academie. Ik weet hoe dat voelt. Dus ik heb tegen het ROC gezegd, kunnen we nou niet een opleiding maken, een Jan des Bouvrie College, waaruit ze kunnen doorstromen naar de Jan des Bouvrie Academie. Dat hebben we gedaan. Er zitten nu zo’n 45 leerlingen, volgend jaar 200.”

 

“Ik ben ontwerper én ondernemer. Het een sluit het andere wat mij betreft niet uit. Mijn ouders waren echte retailers. Dat gevoel heb ik van huis uit meegekregen en zonder dat, was ik waarschijnlijk nooit zover gekomen. Ik heb in de winkel van mijn ouders geleerd met klanten om te gaan. Geleerd te luisteren, ze recht in de ogen te kijken. Maar ik ben geen ‘groot’ zakenman. Ik ben financieel niet goed. Slordig zelfs. Ik vind het geweldig om een huis in te richten en dan vergeet ik wel eens een lamp in rekening te brengen. Als ik dat soort zaken eerder in mijn carrière goed had geregeld, had ik meer geld verdiend. Maar eerlijk gezegd interesseerde het me niet zo. Dat huis, die inrichting, de sfeer – dat was belangrijk. Bovendien, als ik zakenman pur sang was geweest of me zo had opgesteld, dan was ik misschien wel niet zo succesvol geworden.”

 

Stacaravans

“Het belangrijkste is toch dat ik Nederland anders heb leren wonen. Ik schilderde mijn eerste winkeltje in Bussum wit. Ik werd natuurlijk meteen voor gek verklaard, maar ik had het zakelijke instinct dat het wat zou losmaken. Alleen moet je het dan wel volhouden. Dat was in het begin niet makkelijk. Ik hield geen klant over. Het winkeltje werd hartstikke snel vuil, het zag er soms ongezellig uit. Maar ik hield vol. En op een gegeven moment kwam er een in Amsterdam bekende mevrouw langs die haar huis door mij liet inrichten. Daar kwamen vervolgopdrachten uit via haar netwerk. Toen ging het balletje langzaam rollen.”

 

Dat balletje rolde van het ene project naar het andere. De turbo ging er op toen Des Bouvrie met zijn kubusbank de noodlijdende meubelmaker Gelderland weer op de kaart zette. Inmiddels staat zijn handtekening onder duizenden projecten, variërend van hotels tot sigarendoosjes. Tot aan stacaravans toe.

 

“Ik benader nooit iemand, ze benaderen mij. Zeg Jan, je bent brildragend, wil je niet eens een bril ontwerpen? Dan laat me dat niet meer los. Wat voor bril zou ik zelf willen hebben. Dan komen de schetsjes vanzelf en ligt er een jaar later een collectie in de winkel”.

 

Zien = Kopen

Inmiddels mag Jan des Bouvrie zich rekenen tot de orde der bekende Nederlanders. Een positie die hij voor een belangrijk deel zelf creëerde. “In het begin, toen ik net begon, was ik daar niet mee bezig. Maar de oude retailwet ‘zien is kopen’ heb ik natuurlijk van thuis wel meegekregen. Je kunt wel met geitenwollen sokken op een zolderkamer de mooiste dingen gaan zitten ontwerpen, maar dan komt je werk nooit onder de mensen. Dus toen ik de kans kreeg, ben ik de publiciteit niet uit de weg gegaan, dat klopt. Maar ondertussen was ik wél met mijn vak bezig. Daar hoorden ook de minder ‘glamoreus’ details bij; het sjouwen met bankjes, het regelen van de details. Publiciteit is een middel. Het is niet mijn vak.”

 

Witte wijntjes

Hoogtepunt was zonder twijfel zijn verschijning in het glamourprogramma van de vorig jaar overleden Gert-Jan Dröge. Als die op het een of ander nouveau riche partijtje met zijn typische stem de zin ‘Hallo. Daar zíjn we weer!’ uitsprak, wist heel Nederland dat Jan des Bouvrie in beeld zou schuiven. “Ik kende Gert-Jan erg goed. We zaten eens te lunchen toen hij vertelde dat hij een plannetje had voor een glamourprogramma. Toevallig hadden we die week een diner met de Duitse ambassadeur, dus daar heeft hij de pilot gedraaid. Ik zorgde vaak dat hij ergens binnen kwam. Dan doken al die dames weg om na drie witte wijntjes elkaar voor de camera te verdringen. Een geweldige tijd. We hebben zó vreselijk veel plezier gehad!”

 

Wie zakelijk het maaiveld ontstijgt moet af en toe bukken. Wie dan ook nog eens nadrukkelijk de publiciteit opzoekt, wéét dat er reacties komen. Soms gefluister in de wandelgangen, soms breed uitgemeten in kranten en bladen. Des Bouvrie heeft er mee leren leven. “Als het klinkklare onzin is wat er wordt beweerd, dan laat ik het van mijn schouder glijden. Nee, ik ga er nooit op in. Wat moet ik? Die man of vrouw bellen en vragen hoe ze dat durven te publiceren? Zinloos. Hoe vervelend het ook is. En soms schrijven ze iets dat waar is. En ook dat is niet altijd even leuk. Dat raakt me. Daar denk ik over na.”

 

Geflopt

Publiciteit heeft voor- en nadelen. Altijd leuk als het breed wordt uitgemeten als je een award krijgt uitgereikt, maar minder als de roddelbladen aan de slag gaan omdat je dochter even in de knel zit. Of als er eens een zakelijk project mislukt. Want niet alles wat Des Bouvrie aanraakt verandert in goud. In Grave en Schiedam wilde de ontwerper een tweede en derde Arsenaal beginnen. Beide projecten floppen. Des Bouvrie: “De start in Grave was goed. Alles was verhuurd. Maar ik wist al na een week dat het niet goed zou aflopen. Waarom? Omdat we er niet waren, Monique en ik. In zo’n creatief bedrijf moet je ziel gaan zitten. Dan moet je er veel zijn. Liefst elke dag. Maar dat kon niet. We hebben alles geprobeerd, maar we kregen het niet aan de praat. Ja, daar heb ik wakker van gelegen. De pest in mijn lijf. Maar je leert er ook weer van. Bijvoorbeeld dat er maar één Arsenaal kan zijn. Dat zie je in Deventer. Daar lukt het wel.”

 

De eerste exemplaren van de brochure met de nieuwe Jan des Bouvrie collectie voor Gamma komt op tafel. Bijna eerbiedig houdt de ontwerper een exemplaar omhoog. Even steekt de ouderwetse retailer in hem de kop op: “Kijk toch eens wat mooi! Het is helemaal niet moeilijk om iets te moois te maken voor mensen met geld. Iets moois maken voor mensen met een beperkter budget is veel moeilijker. Het klinkt misschien gek, maar qua uitdaging is ontwerpen voor de ‘happy few’ vakmatig gezien de makkelijke weg. En kijk dit dan, schetsen voor de nieuwe collectie van Princess. Geweldig toch!? Die blijdschap en die opwinding als iets af is, die is nog steeds zo heftig als toen ik net begon. Het zijn en blijven je kindjes. Als ik naar Aad Ouborg rij om de laatste schetsen te laten zien, dan ben ik helemaal zenuwachtig. Nog steeds. En als ik naar huis rij, zit ik echt in de auto van ‘Yes, gelukt. Hij vond het mooi!’”

 

Bezieling

“Die opwinding heb ik ook als er zakelijk iets lukt. Momenteel, in deze rare tijden, ben ik aan het vechten om ervoor te zorgen dat mijn studio voor volgend jaar volzit. Als mijn secretaresse dan een mailtje voorleest dat een opdracht doorgaat, dan ga ik even uit mijn dak.”

 

“Het komt uiteindelijk allemaal neer op bezieling. Al die mensen die maar rechten gaan studeren of economie of wat dan ook omdat ze geen idee hebben wat ze willen gaan doen – een drama is het. Als je wilt slagen, heb je bezieling nodig. Bezieling voor wat je wilt doen. Niet voor wat je wilt bereiken. Want wat je wilt bereiken, bereiken mensen met bezieling vanzelf wel.”

 

Beeld door Melinda van der Linden  www.fotomel.nl

 

Bottom