In de wereld van de jachtbouwers staat Hakvoort Shipyard in de top. Met circa 50 man personeel op de werf in Monnickendam, en nog zo'n 35 bij het interieurbouwbedrijf in Purmerend, maken zij jachten die uitblinken in vakmanschap en luxe. Schepen van maximaal 52 meter lengte, waarbij alles mogelijk is. Jachten die bovendien prijs na prijs in de wacht slepen. Per jaar wordt hier maximaal één schip te water gelaten. Met een waarde die kan variëren van 5 tot 50 miljoen.
Armoede
In 1919 kocht de familie Hakvoort de scheepswerf in Monnickendam.
De reden hiervoor? Pure armoede. Albert Hakvoort sr.: "Mijn
grootvader kwam met drie broers van Urk. Daar hadden ze een werf,
maar daar konden ze hun brood niet mee verdienen. De werf in
Monnickendam kwam te koop en die hebben ze met z'n vieren gekocht,
de werf in Urk werd wel aangehouden. Zijn broers konden hier echter
niet aarden en mijn grootvader is als enige achtergebleven. Daar
ben ik hem nog dankbaar voor, want als ik kijk naar de werf in Urk
dan is daar weinig meer van over tegenwoordig.
Vanaf het moment dat mijn grootvader de werf overnam veranderde er in eerste instantie niet veel. Onze doelgroep was zonder meer armoedig. We bouwden botters. Die bouwden we in de jaren `30 voor 1600 gulden. Alles erop en eraan. Ik zeg altijd: 'je kunt aan een gulden meer verdienen dan aan een kwartje'. Maar in die tijd konden we ook aan een gulden niets verdienen. Die vissers hadden geen geld. Dan werd er ook nog afgesproken dat de botter betaald werd 'ijs en weder dienende'; was de visvangst goed, dan kwamen ze geld brengen. Vingen ze niets, dan vingen wij ook niets. Ze waren wel eerlijk. Soms kwamen ze jaren later nog geld brengen. Zo kwam er een oude Volendammer, van dik in de 80, nog 800 gulden brengen, omdat hij voor zijn dood schuldenvrij wilde zijn."
Failliet
"In 1955 brandde onze werf tot de grond toe af en waren we
eigenlijk failliet. Er stond helemaal niets meer. We bleken niet
verzekerd, omdat Onze Lieve Heer voor ons zou zorgen. Dat kwam nog
uit de Urk-tijd. Maar mijn vader kwam daar pas na de brand achter.
Ook nu nog varen er schepen uit Urk rond van 8 of 9 miljoen die
niet verzekerd zijn. Ze zijn natuurlijk helemaal besodemieterd,
want Onze Lieve Heer blust geen branden. Als er brand is moet je
spuiten, bidden helpt dan niet."
Dromen
"Ik zat in die tijd op de Ambachtsschool en moest komen
helpen, dus ging ik van school. Ik was 14. Eerst een halfjaar in
opleiding bij een andere baas, daarna helpen aan de wederopbouw van
onze werf. En dat was gewoon hard werken. Lange dagen ook, van
zeven in de ochtend tot tien, elf uur in de avond. Mijn dromen
deden er niet meer toe. Die werden de kop ingedrukt. Ik verkondigde
van jongs af aan dat ik op een zeesleper wilde varen. Mijn vader
wilde van geen wijken weten en zei daarop steevast: 'Nee, je komt
op de werf'. Op een gegeven moment accepteer je dat.
Mijn zoons heb ik juist gezegd dat ze dominee, dokter, tandarts of advocaat moesten worden, maar vooral niet in de scheepsbouw moesten gaan. Waarom? Ik heb de arme tijd gekend, al hadden we het altijd net iets beter dan een ander, maar het is krabben en bijten. Hard werken voor je centen, veel risico nemen. En soms win je wat en soms verlies je wat. Ze hebben er uiteindelijk beiden vrijwillig voor gekozen. Klaas, de oudste in 1991, Albert jr. het jaar daarop."
Omslagpunt
"Toen mijn vader de werf eind jaren `40 overnam van mijn
grootvader, was hij al een beetje overgeschakeld op staal. Bouwden
we kotters. We hebben visserijschepen gebouwd tot en met 1981.
Vanaf dat moment nam ik het roer over met mijn broer Klaas, die
inmiddels is overleden. De visserij zakte in die tijd in elkaar.
Prijzen stonden onder druk, er was geen cent meer te verdienen. En
we wilden niet onszelf uitmoorden. We besloten naast staal ook
aluminium boten te gaan produceren. En gelijk over te gaan op de
bouw van jachten. Dat is ons geluk geweest, want concurrenten uit
die tijd zijn toen achter elkaar omgevallen.
Het is nog steeds zo dat je soms wat wint en soms wat verliest. We nemen een schip aan en dat zit ergens tussen de 5 en 50 miljoen. Daar moet je het schip voor leveren. Ongeacht tegenslagen. Dus op het einde van de rit zie je pas of je wat verdiend hebt. Tegenwoordig proberen we de lijntjes in te korten. Het risico te verkleinen. En dat lukt aardig. Op het ogenblik blijken we redelijk te weten wat een schip kost. Vroeger was dat een veel grotere gok."
Kapitein
Hakvoort sr. is nog steeds de kapitein op het schip. Zijn
zoons hebben ieder een eigen takenpakket, al is senior erop gebrand
dat ze alles van elkaar weten. Hakvoort: "Klaas en Albert jr.
zitten bewust tegenover elkaar. In familiebedrijven heb je nu
eenmaal snel ruzie. En dat probeer ik te voorkomen. Ze weten waar
de ander mee bezig is, maar hebben ieder hun eigen expertise. Klaas
op het gebied van prijzen, Albert jr. in het begeleiden van
projecten. We moeten alle drie weten wat er overal in het bedrijf
gebeurt. Alle wanden op kantoor zijn van glas, de deuren staan
altijd open. Zo hoor je wat er speelt, welke prijzen er worden
afgesproken en waar een ander mee bezig is. En kun je elkaar
bijsturen als dat nodig is. Dat houdt iedereen scherp. Mensen uit
de werkplaats komen hier net zo makkelijk binnenlopen als
andersom."
Of dat de reden is van het succes, daarover blijft Hakvoort bescheiden: "Het zal wel, ik weet niet of het succes is. Wij zijn helemaal geen voorloper. Zijn zelfs terughoudend met uitbreiden. Helemaal met de huidige recessie ben ik daar blij om. Als ik vijf loodsen had gehad, had ik ze alle vijf moeten vullen. Er zijn bedrijven die dat wel hebben gedaan. Die nu de boel weer in de verkoop hebben. En die 400 man personeel moeten betalen."
Veel ruimte om uit te breiden op de huidige locatie is er overigens ook niet. "De bereikbaarheid in Monnickendam wordt per uur slechter, dus hier uitbreiden is ook geen handige zet. We hebben ervoor gekozen de interieurbouw te verplaatsen naar het industrieterrein in Purmerend. Dat deel was het makkelijkst los te koppelen en is ook een eigen BV geworden."
Inspraak
De bedrijfsvoering van Hakvoort is duidelijk en eerlijk. Toch is
inspraak van de medewerkers minimaal. Hakvoort sr: "Ik ga niet
zeuren, daar houd ik niet van. Mijn wil is wet. Ik zal best een
keer een fout maken, en dat doen de jongens ook, maar we gaan niet
discussiëren over hoe iets moet. Dat heb ik één keer gedaan. Kreeg
ik van 17 man 17 verschillende visies op de indeling van het pand.
Uiteindelijk heb ik ze allemaal in de prullenbak gegooid en mijn
indeling doorgezet. Iedereen een beetje beledigd natuurlijk. Na een
jaar heb ik ze nog eens gevraagd of er iets fout was. Het antwoord
daarop had ik kunnen weten. Een damestoilet ontbrak. Dames hadden
we nog niet in dienst bij het indelen van de loods, dus dat was een
goede aanvulling. Dat toilet is er dan ook gekomen bij het
uitbreiden. Als we iets willen dan bepalen we het daarom zelf."
Klant is koning
"Wat soms vergeten wordt: de klant is koning. Ik heb tegen
mijn jongens gezegd: 'Als jullie gaan trouwen en we staan op de
stoep van het gemeentehuis en er komt een klant, dan gaan we eerst
de klant helpen'. Dat zit in onze hele bedrijfsmentaliteit. De
klant is waar het om draait. Daarom is er ook geen privé. Privétijd
blijft zakelijk.
Van je medewerkers kun je dat niet verwachten. Ze zijn meegaand. Ze zijn bereid door te werken tot `s avonds laat als een schip af moet. Dat kunnen we een periode handhaven, maar op een gegeven moment is het op. En dat is ook logisch. Die bereidheid van je medewerkers krijg je doordat je logisch tegen ze bent. En ze goed betaalt. Om de vier weken staat op exact dezelfde dag het geld op de bank, overuren worden netjes betaald. Daar rekent men op. Simpelweg goed ondernemerschap.
Het is wel een keer gebeurd dat dat niet ging. Had ik net mijn broer uitgekocht en het schip dat we hadden afgeleverd was niet goed. Dus er kwam geen geld. En de put stond droog. Toen heb ik iedereen gevraagd: 'Als je niet in me gelooft vraag ik nu mijn faillissement aan, dan is het met Hakvoort gedaan. Of geloof in me en je krijgt je geld'. Er was er eentje die er niet in geloofde. Met die man wil ik nooit meer wat te maken hebben."
Allemansbedrijf
Wat maakt Hakvoort Shipyard een bijzondere werkgever
vroegen wij ons af. Een vraag waar Hakvoort sr. een pasklaar
antwoord op heeft: "Er is hier niemand die op je portemonnee let.
Dat moet je zelf doen. Het is wel een BV, maar wij beheren en
besturen dat. Iedereen zegt 'Hakvoort is Hakvoort en dat is de
eigenaar van het bedrijf', en dat is ook wel zo, maar het is
slechts een lichaam. Dagelijks lopen we meermalen de loods in.
Kijken we hoe het eraan toe gaat. En als mensen niet presteren dan
spreken we ze daar persoonlijk op aan. Het gaat er dan niet om om
iemand af te katten, maar wel om te vertellen dat we een
productiebedrijf zijn dat moet produceren om recht van bestaan te
hebben. Dat is ook voor hen van belang. Ze eten ervan, ze kunnen
overuren maken en wat extra verdienen. Ze mogen zelf dingen maken
als ze thuis wat nodig hebben, dus dat is een groot voordeel voor
de mensen hier."
Dat men hier graag werkt blijkt ook wel uit de generaties medewerkers die hier in dienst treden. Hakvoort sr: "Ik ben de langstlevende binnen het bedrijf, ik zit hier nu 54 jaar. In die jaren heb ik vader op zoon in het bedrijf zien komen. Er is net iemand weg die hier 48 jaar gewerkt heeft en zijn zoon werkt hier nu ook. Hoe dat komt? Misschien die open deuren, het feit dat iedereen aan te spreken is. Het één zijn in het bedrijf. Daarom hoef ik ook niet zo nodig groter. Waarom zou ik. Ik overzie dat niet en ik wil de mensen bij naam kennen. Weten wat er thuis speelt. Dat vind ik belangrijker dan groeien."
Toekomst
Ruimte voor een privéleven was er tot voor kort weinig. Al
zit Hakvoort sr.`s zomers in de weekeinden niet meer op kantoor.
"Mijn vader is gestopt toen hij 65 was en had geen hobby's. Hij
heeft zich tot zijn 82ste dood zitten vervelen thuis.
Dat wil ik niet, dat vind ik zonde. Dus ik ben al jaren aan het
zeilen, ook wedstrijden. En motorrijden, dat doe ik samen met mijn
zoon Albert. Die hobby is nu al uit de hand gelopen. Ik heb me
voorgenomen meer tijd aan mijn hobby's te besteden. Ik ben zowat
70, dus daar wordt het wel tijd voor."


