De eerste keer dat ik Fred Krautwurst zou ontmoeten, schoot het me onderweg naar de afspraak te binnen: “Met zo’n achternaam is het maar goed dat zijn moeder hem geen Horst heeft genoemd. Of Manfred”. Ik moest er zelf erg om lachen.
Fred Krautwurst leefde de eerste jaren van zijn carrière de jongensdroom van velen: helikopterpiloot bij de Koninklijke Luchtmacht. Krautwurst kent het clichéplaatje dat bij het beroep hoort, maar niet uit eigen ervaring. “Ik deed KMA omdat mijn vader, die beroepsmilitair was, me dat adviseerde. Volgens hem een opleiding waar je je hele leven plezier aan beleefde. Daarin had hij gelijk. Maar eenmaal afgestudeerd is de beroepskeuze beperkt tot het leger. Vliegen leek me het enige interessante. Daarom werd ik piloot. Vliegen is hartstikke leuk, maar het was niet mijn passie. Toen ik 20 jaar geleden afzwaaide, heb ik het ook geen seconde gemist”.
Wat wél zijn passie was, leerde Krautwurst gaandeweg. Tijdens zijn vliegersopleiding in de VS, mag zijn vrouw niet werken. Ze pikt een hobby op, keramiek. Eenmaal terug in Nederland, wil ze die voorzetten, maar blijkt er in Europa geen fatsoenlijke leverancier te zijn. Krautwurst haalt in Amerika wat adressen boven water en zijn eerste bedrijf is geboren. Als hij het zeven jaar later verkoopt is de groothandel in hobbymaterialen uitgegroeid tot een bedrijf met 650 dealers in 9 Europese landen.
“Dat kenmerkt me wel, denk ik. Na een jaar of 7 heb ik het meestal wel gezien. In die zeven jaar lukt het me aardig om de focus te houden op dat ene bedrijf. Dat moet ook wel, want anders sla je onderweg zijpaden in die alleen maar afleiden. Na een jaar of vijf begint dat steeds lastiger te worden. Dan worstel ik er nog twee jaar mee en dan is het de hoogste tijd om iets nieuws te beginnen. Het is mijn versie van de ‘7 years itch’.”
Ongrijpbaar
Toen ik het leger verliet, stapte ik uit een wereld waarin zwart op wit is vastgelegd hoe je t-shirts opgestapeld moeten liggen en was ik ineens vrij ondernemer. Dat was geweldig. Een verademing. Ik ben geen chaoot, maar ik heb die vrijheid wel nodig om innovatief en creatief te kunnen zijn. Vernieuwing, innovatie en creativiteit zijn mijn kernkwaliteiten. Het is de rode draad in alles wat ik deed en doe. Als je als ondernemer die rode draad beheerst, dan je niet te imiteren – ongrijpbaar voor de concurrent. Ze kunnen je wel proberen te imiteren, maar tegen de tijd dat ze doorhebben hoe het moet, ben jij al weer vijf stappen verder. Het zet je op een vrijwel constante voorsprong. Jij zet de koers uit, de rest van de markt volgt”.
Na de verkoop van de groothandel, vertrekt Krautwurst naar Amerika om daar een bedrijf van een van zijn voormalige leveranciers te reorganiseren. Drie weken buffelen in de VS, één week thuis. Een mailtje van zijn vrouw (“Je wordt vader”) zet eens streep onder het avontuur. Even is er de gedachte om het gezin definitief naar de VS te verhuizen. “Maar als je alles op een rijtje zet, is het hier zo slecht nog niet,” aldus Krautwurst. “De VS is het land van de onbegrensde mogelijkheden, maar ook bekrompen”.
Organisch
“Het grappige is dat ik als ondernemer, in feite milder uit de VS ben gekomen dan dat ik was toen ik er heen ging. Ik was altijd een vrij rechtlijnige ondernemer. Tot ik de opdracht kreeg om aan de vooravond van Thanksgiving, een van de belangrijkste feestdagen in de VS, een fors aantal mensen te ontslaan. Daar heb ik volwassen mensen zien huilen en op de terugweg dacht ik: die hardheid is het ook niet, Fred. Er moet een andere manier zijn. Mijn manier van leidinggeven is er door veranderd. Naar een manier die beter past bij wie ik ben. Ik ben, moet ik er bij zeggen, ook geen manager. Sterker nog, ik vind leidinggeven in de strikte zin van het woord ook helemaal niet leuk. Wat veel interessanter en spannender is, is een pad uitstippelen en er voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen met je meegaan. Met forse stappen vooruit en zo af en toe kijk je eens over je schouder wie het kunstje verstaat om me bij te benen. Sommige mensen zie je onderweg echt groeien, sommige haken af en worden gepasseerd door mensen die het wel lukt. Het is een bijna natuurlijk, organisch proces”.
Dus in feite verleg je de verantwoordelijkheid naar de mensen die je proberen te volgen. Je zorgt er als het ware voor dat je niemand meer hoeft te ontslaan. Ze vallen vanzelf wel af…
“Ja, als ze het niet leuk vinden dan gaan ze weg. Als je het zo zwart-wit wilt stellen, dat klopt. Maar wat medewerkers betreft, is het toch vooral een kwestie van goed aannemen. Vroeger deed ik dat zoals je dat leert, aan de hand van CV’s. Zitten er hiaten in, wat zijn de sterke en zwakke punten – alsof er ooit iemand een eerlijk antwoord op die vragen geeft. Maar tegenwoordig weet ik het binnen 3 seconden. Als iemand binnenkomt, dan voelt dat goed of niet. Punt”.
Weer terug in Nederland ervaart Krautwurst zijn eigen versie van het ‘zwarte gat’. “Ik zat eerlijk gezegd even helemaal zonder ideeën. Bovendien is het onvoorstelbaar wat er na twee jaar afwezigheid van je netwerk overblijft. Helemaal niets. Ik kon domweg overnieuw beginnen. De eerste klus die ik terug in Nederland kreeg, kwam dan ook via mijn Amerikaanse netwerk. Wel een leuke klus trouwens. Ik heb toen met vrouw en kinderen negen maanden in Barcelona gezeten om een marketing afdeling op te zetten voor een Amerikaans bedrijf dat in tandimplantaten was gespecialiseerd”.
NetPlusWork
Het ‘gouden idee’ wil ook in Barcelona niet echt komen en terug in Brabant, huurt Krautwurst een kantoor en zet zijn consultancywerk voort. Kort daarop loopt hij Wim Scheen tegen het lijf en de twee trekken een conclusie: negen van de tien opdrachten voor hun consultancybedrijf komt uit een netwerkcontact. Conclusie 2: hoe meer er genetwerkt wordt, hoe meer opdrachten. Gevolg: de twee besluiten die netwerkbijeenkomsten dan maar zelf te gaan organiseren.
Krautwurst: “De netwerkbijeenkomsten die ik kende, die waren me te vrijblijvend. Lezing met een borrel na afloop. Iets meer structuur leek me prettig. Dat garandeert de deelnemers een beter resultaat. Dat zijn we gaan proberen. Waar we achter kwamen is dat je dit heel zuiver moet doen. Dus niet als kruiwagen voor het consultancybedrijf. Ondernemers prikken daar snel doorheen. Daarnaast begonnen we direct met ontbijtsessie. Dus niet in de traditionele namiddag, maar ’s morgen om 7.30 uur zodat je om 9 uur weer achter je bureau zit”.
Gat in de markt
“Dat sloeg aan, in die zin dat we er in het begin hard aan hebben moeten trekken. We nodigden domweg iedereen uit die we kenden en tegenkwamen. ‘Kom eens een keer ontbijten, wat vind je er van’. Pas na een maandje of twee, drie, zijn we eens over een lidmaatschap gaan praten”.
Aan het einde van het eerste jaar hadden we 150 leden. De doorbraak kwam in jaar twee. Toen groeiden we van 150 naar 550 leden. Halverwege dat jaar, drong het tot me door dat het een gat in de markt was. Dat eerste jaar was een stuk lastiger. Toen kwam het aan op geloof in jezelf. Wat betreft het concept, wisten we het in het begin ook niet. Je begint iets en vanaf dag één ben je het aan het aanpassen. Goed luisteren. Niet alleen voller maken, maar vooral kijken waar je het kunt verbeteren. Is de kwaliteit eenmaal op orde, dan loopt de ledenwerving bijna vanzelf”.
Ego
“Ik heb in de afgelopen jaren met enorm veel ondernemers gesproken. Wat me opvalt, is dat de meeste té afwachtend zijn. Ze zien wel wat er met hen en met hun markt gebeurt in plaats van dat ze zelf bepalen wat er gaat gebeuren. De meeste zullen het ontkennen, maar die afwachtende houding is redelijk universeel. Je moet zorgen dat je geen concurrent bent, je moet zorgen dat je een ander spelletje speelt. Klanten pikken dat feilloos op. En ze belonen het”.
“In bijna alle branches geldt, dat als je in een situatie terechtkomt dat je moet concurreren op prijs, dat je dan ergens in het verleden even niet hebt opgelet en een verkeerde beslissing hebt genomen. Je moet een oplossing aanbieden waarbij prijs geen issue is. Dan verdien je geld. Hoe je dat doet? Kijk eens goed om je heen. Wat kun je als loodgieter leren van een notaris? En andersom”.
“Je moet constant vernieuwen. Liefst elke dag. En je moet mensen om je heen verzamelen die anders zijn en denken dan jij. Dat is eng, dat klopt. Maar daar moet je overheen stappen. De ondernemer die dat niet kan, die zal nooit boven een zeker niveau uitstijgen. Dat ego moet er uit. Je moet jezelf zo goed kennen dat je weet wat je kan en vooral wat je niet kan. Al doe je nog zo je stinkende best, op de gebieden waar je zelf geen ster bent, behaalt een expert altijd betere resultaten dan jij. Dus geef toe dat je dat niet kunt en zorg dat je die vent in huis hebt”.
Tragisch
“Synergie zit ‘m in verschillen. Zet twee dezelfde types op een klus en je schiet als onderneming geen donder op. Dan is 1 + 1 vaak nog minder dan twee omdat ze elkaar in de weg lopen. Denk in contrasten. Als je de verschillen kunt managen, dan maak je forse stappen voorwaarts. Als je ze uit de weg gaat, blijf je in hetzelfde cirkeltje ronddraaien. En dat is wat je veel ondernemers ziet doen”.
“Ik weet het uit ervaring. Ik ben ook zeker geen alleskunner. Ik kan een idee, een concept, een bedrijf van A naar pak ‘m beet M brengen. Dat is voor mij de spannendste en meest enerverende fase. Constant vernieuwen, proberen, testen. Staat het bedrijf eenmaal in de steigers, dan is het een kwestie van voortborduren op het succes. Dat is zeg maar van M naar Z. Daar ben ik te rusteloos voor. Dan ben ik allang bezig met het volgende plan. Ik kan het, als het moet, maar er zijn mensen die daar veel beter in zijn dan ik. Een bedrijf groeit tot een punt waarop het voor mij niet meer interessant is. Dat klinkt een beetje tragisch, maar dat is het niet. Want tot dat punt, heb ik enorm veel plezier in wat ik doe.”
“Klopt! De wedstrijd is interessanter dan de uitslag. Het maakt me niet zo heel veel uit in welke mate wat ik doe succesvol is. En niet alles lukt. Samen met een compagnon heb ik ooit een organisatie opgezet die pc’s verkocht aan 65-plussers waarbij de klanten op weg werden geholpen door consultants van dezelfde leeftijd. Leuk idee, leuke insteek, vernieuwend… maar het werd geen succes. We zijn uit de kosten gesprongen, maar daar hield het wel mee op. Het was vernieuwend en dus leuk om te doen. Maar daarin moet je ook reëel zijn: als het bedrijf financieel niet brengt wat je hoopte, laat staan wat je nodig hebt, dan verlies je sneller je aandacht en ga je eerder aan andere plannen werken. Want zo werkt het natuurlijk ook weer. We zijn wel aan het ondernemen. Niet aan het hobbyen”.
Linksom of rechtsom
“Of ik wel eens wakker lig? Nee, zelden eigenlijk. Ik ben tot een uur of 9 met mijn werk bezig. Daarna heb ik ‘avond’. Het begint weer om een uur of 5, 6 ’s morgens. Nee, dat heeft niets te maken met militaire tucht. Dat is mijn biologische klok. Ik schrijf ook boeken en ‘s morgens is het ideale tijdstip. Dan is alles helder. Waarom ik schrijf? Omdat ik het leuk vind om te doen. Ik haal er energie uit. En ook hier geldt dat de wedstrijd interessanter is dan de uitslag. Als het boek uitkomt, neem ik beleefd een exemplaar in ontvangst, maar verder kijk ik er eigenlijk niet meer naar om. Leuk, volgende”.
“Natuurlijk heb ik ook wel eens in de situatie gezeten dat ik even niet wist hoe ik aan het einde van de maand de salarissen moest betalen. Dan dwing je jezelf om omzet te maken. En snel ook. Linksom of rechtsom. Hoe? Actiemarketing. Je belt elke klant op. Als je nu koopt, krijg je een staatslot. Dat hebben we werkelijk gedaan. Het is nog leuk ook. Maar je moet natuurlijk via vernieuwing zorgen dat het nooit zover komt. Je moet iets op de plank hebben liggen wat je zo kunt implementeren. Dát is ondernemen.
Netwerken
“Mijn definitie van netwerken? Iedereen heeft een relatiekring om zich heen. De eerste schil. Als ik met jou praat, is het mijn taak om jou zo danig in te lichten en te beïnvloeden, dat jij jouw ‘schil’ aanspreekt om mij te helpen. Dat is netwerken. Wat het niet is, is aan tafel gaan en proberen wat te verkopen. Dat is wat de meeste mensen doen en daarom gaat het ook zo vaak fout. Dat geeft niet, want het selecteert zichzelf. Die mensen zie je namelijk niet vaak terug op netwerkbijeenkomsten. Die haken teleurgesteld af en beweren dat ‘netwerken niet werkt’. Netwerken werkt wel, maar je moet het wel goed doen. De betere netwerkers zie je niet of nauwelijks netwerken op de bekende recepties en borrels. Die werken op de achtergrond. Outlook open en kijken of ze mensen met elkaar in verbinding kunnen brengen”.
Wie goed netwerkt, creëert zijn eigen omgeving. In feite is dat de crux. Je bepaalt zelf hoe je omgeving er uitziet. Als ik niks had gedaan, dan had ik nu waarschijnlijk nog steeds in zo’n wentelwiek rondgevlogen. Dan had ik toch een hoop leuke dingen gemist”.
Op de parkeerplaats praten we na afloop nog even na. Over van alles en nog wat. De gesprekken worden dan vaak wat persoonlijker. “Weet je wat grappig is,” vertelt Fred Krautwurst. “Ik heet eigenlijk helemaal geen Fred. Mijn echte voornaam is Manfred. Dat vond mijn moeder wel goed bij de achternaam passen.
Daar heb ik op een gegeven moment zelf maar Fred van gemaakt”.


