Top
Interview Yalcin Cihangir, oprichter/eigenaar van De Fietsfabriek Wanneer je achternaam ‘wereldverbeteraar’ betekent, wil dat niets zeggen. Tenzij je Yalcin Cihangir heet en eigenaar bent van De Fietsfabriek. De ‘Nederturk’ maakte de bakfiets überhip, verdiende er een fortuin mee en gaat er nu de wereld mee over. “Als ik geen fietsen was gaan maken, was ik de beste afwasser van Nederland geworden.”

Wanneer ik in de Amsterdamse Pijp de auto parkeer, word ik ingehaald door een nonchalant slingerende man op een kekke bakfiets. Nu is er in de hoofdstad geen yup meer te vinden die géén bakfiets heeft, maar ik hoef niet lang te kijken om te zien dat dit Yalcin Cihangir (40) is, oprichter/eigenaar van De Fietsfabriek. Mijn afspraak dus. De Turkse Cihangir is nog maar twaalf jaar in Nederland en toch is hij nu al het boegbeeld van een immens populair en oer-Hollands exportproduct; de fiets. We lopen van de thuisbasis van het bedrijf naar een buurtcafé om de hoek. Onderweg groet Yalcin Cihangir zo’n beetje alle passanten – “Ik ken 75% van Amsterdam” – die vervolgens reageren met: ‘Hee Yalcin, alles goed?’. Amsterdam is zijn thuis en De Fietsfabriek is zijn leven. Of, zoals hij het zelf zo mooi verwoordt: “Mijn dorp is mijn huis, mijn stad is mijn dorp, mijn land is mijn stad, mijn wereld is mijn land.”

 

Van afwasser tot miljonair

Eenmaal gezeten valt op dat Cihangir gehaast is. Althans, dat zou je denken als je niet goed bent ingelezen. Zo is de man namelijk, een typische gevalletje ADHD in het kwadraat. Hij schuifelt onrustig heen en weer op zijn stoel, pakt zijn gsm, werpt een blik op het donkere scherm en legt ‘m weer weg. Dan vindt Yalcin Cihangir een moment van innerlijke rust. Hij glimlacht beleefd naar me alsof hij zeggen wil: ‘Kom je nog op met die vragen?’. Van afwasser tot multimiljonair. Híj deed het. Met slechts vijf jaar lagere school en met het doorzettingsvermogen waar een bergbeklimmer een moord voor zou doen, flikte hij het  ’m. “Ik ben een ingenieur van de straat,” aldus Yalcin Cihangir. “Ik werk altijd door, ga niet met vakantie. Ik schrijf ook niks op, heb geen agenda. Alles zit hier, in mijn hoofd. Dat vind ik rijkdom. Dat ik vandaag niet weet wat ik morgen zal doen. Heerlijk toch? Als ik de hele dag in de stad ben, dan kun je me een uurtje van tevoren bellen en dan ben ik er gewoon. Leven op die manier, daar krijg ik energie van. Ik leef niet van dag tot dag, ik leef van adem tot adem,” aldus Yalcin Cihangir, de man de nog niet eens kon fietsen toen hij Nederland binnenkwam. Hij leerde het toen hij stomdronken was. Dat was, naar eigen zeggen, de enige manier om het trucje onder de knie te krijgen.

 

 Klant als inspiratiebron

Voor iemand die een miljoenenbusiness runt, heeft Cihangir een interessante kijk op het leven. Maar het tekent zijn bedrijf De Fietsfabriek wel. Alles gaat er namelijk op intuïtie. En de winst? Die wordt volledig geïnvesteerd in het bedrijf. “Geld interesseert me echt niets. Ik heb uitgerekend dat ik met twintig euro per dag prima kan leven. Natuurlijk, we hebben wereldwijd bijna tweehonderd mensen in dienst, maar iemand wegsturen doe ik niet. Als een collega niet functioneert of moedwillig steken laat vallen, dan maken we een flinke ruzie en daarna praten we er over. Mijn motto is: Het komt goed. De volgende keer gaan we het beter doen. Zorg dat medewerkers zich kunnen ontwikkelen binnen je bedrijf en spreek ongenoegens altijd uit. We zijn allemaal mensen en we nemen adem van dezelfde lucht.” Als het gesprek op het onderwerp ‘klanten’ komt, lijkt het wel of Cihangir in de houding schiet op zijn stoel. Hij zit kaarsrecht en neemt een uiterst serieuze blik aan. “Klanten zijn mijn inspiratiebron, daar leer ik vreselijk veel van. Ik luister goed naar de persoon die voor me staat. Dat móet ook, want hij betaalt mijn omzet en dus inkomen. Kijk, wat ik aflever, moet gewoon goed zijn. Service staat hier torenhoog in het vaandel en als mensen niet tevreden zijn met hun fiets, dan heb ik een rotgevoel. Toen ik naar Nederland kwam, wilde ik iets doen wat Nederlanders belangrijk vinden. Dan kun je eigenlijk al niet om de fiets heen. Bovendien was het milieu toen ook al een issue, daar praatte iedereen over. Dus laat ik met mijn achtergrond – en natuurlijk achternaam, ha! – als lasser nu een klein beetje de wereld verbeteren. Zo zie ik het: ik ben een mier die een brand in het bos van de olifanten wil blussen. Het geeft niet in welke mate ik de wereld verbeter, áls ik de wereld maar verbeter. Alles wat ik doe moet maatschappelijk verantwoord zijn.”

 

Geboortedorp

Als in een achtbaan gezeten, ratelt Yalcin Cihangir in zijn gebrekkige Nederlands maar door en door. “Ik hoef mijn ideeën niet voor mezelf te houden, die wil ik verspreiden. Goede ideeën zijn goed zodat je ze kunt verspreiden. Móet verspreiden. Iedereen zou dat moeten doen. Kijk, het leven heeft mij genoeg gegeven, nu wil ik gaan teruggeven. Met kennis en motivatie. Ik wil niet iets in China laten maken, het verkopen via De Fietsfabriek en het dan Nederlands noemen. De onderdelen voor al onze fietsen worden gemaakt in mijn geboortedorp in Turkije, dan worden ze in ons land geassembleerd en dan verspreid over de hele wereld. Dat is misschien duurder, maar zo wil ik het en niet anders. Op die manier help ik de arme dorpbewoners aan een baan in de buurt, zonder dat ze uren hoeven te reizen.” In 2005 werd de eerste winkel van De Fietsfabriek in de Amsterdamse Pijp geopend. Inmiddels bezit het bedrijf er zeven panden. Van een winkel, twee fietsenmakers, een assemblagewerkplaats tot aan een kledingzaak waar de eigen kledinglijn, YC Clothing, wordt verkocht. De meeste hippe Fietsfabriek-producten worden gemaakt op bestelling – in de gewenste kleur en met bijvoorbeeld de bedrijfsnaam aan het frame gelast. De fietsen hebben niet de prijs van een fabrieksfiets: van 700 euro voor een omafiets tot 5.000 euro voor een elektrisch aangedreven model. “Maar al onze fietsen gaan wel vijftig jaar mee. Over duurzaamheid gesproken! Kijk hier in de Pijp eens om je heen; de rekken staan vol met afgedankte en niet-gebruikte fietsen. Het overgrote deel valt uit elkaar van ellende. Eerlijk, ze zijn de pest voor een stad.”

 

Bakfiets voor Obama

“Weet je, een merk opzetten is voor mij heel makkelijk. Ik ken het trucje. Zet me morgen in deze horecatent en ik zorg dat alle vijftig tafels de hele dag bezet zijn. Kwaliteit is het toverwoord. Kijk maar naar het fietsslot dat we hebben ontwikkeld. Leg het ergens buiten neer en tien jaar later werkt alles gegarandeerd nog. Dát willen de mensen in deze tijd: kwaliteit en servicegerichtheid. Dat geldt hier, maar ook in buitenlandse steden als Tokio, Parijs, Seattle, Chicago, Kopenhagen, Berlijn, Barcelona, Miami. Daar zitten we ook met vestigingen. Momenteel ben ik aan het praten over Teheran, Cyprus en gisteren was de Koreaanse televisie hier. Het doel is om De Fietsfabriek tot 2010 groter en stabiel te maken. Daarna gaan we Amerika en de rest van de wereld echt serieus aanpakken. Dan gaan we knallen, geloof me. Ik kan er nog niets over zeggen, maar het wordt zonder meer spectaculair, let maar op. Wat ik wel kan zeggen is dat er vrij concrete plannen liggen voor de opening van een Fietsfabriek Techniekschool in Amsterdam. Een officiële school moet het worden, in samenwerking met de ROC’s. Er staan al veel plannen op papier en de gemeente is positief. Maar ik wil dat het gaat op mijn manier. Een ander serieus plan is het aanbieden van een bakfiets die we maken voor Barack Obama. In het wit, met het logo en presidentiële zegel. Misschien dat Balkenende de fiets wil aanbieden bij zijn volgende staatsbezoek. Als cadeau, namens Nederland. Obama wil Amerika afhelpen van zijn olieverslaving. Nou, laat deze bakfiets daar nou heel geschikt voor zijn.”

 

 

Tekst en fotografie Mike Raanhuis

 

Bottom