In de praktijk komt het erop neer dat u de inzet van elektronisch toezicht vastlegt en dat uw medewerkers weten (of kunnen weten) dat u dit middel gebruikt. De inzet is bovendien alleen toegestaan als er sprake is van ‘een gerechtvaardigd belang’. Bijvoorbeeld de eerder genoemde veiligheidsaspecten.
Voor verborgen camera’s ligt een en ander juridisch een stuk gevoeliger. Ook hier geldt dat u de mogelijke inzet vooraf aan uw mensen hebt duidelijk gemaakt. Zet u eenmaal een verborgen camera in, dan is dat alleen tijdelijk toegestaan.
Kortom, neem elektronisch toezicht mee in de arbeidsovereenkomst met uw medewerkers. Ook als u dat (nog) niet doet. Dan hebt u aan die voorwaarde in elk geval voldaan. Hang bij een ‘gewone’ camera een bordje op dat uw klanten duidelijk maakt dat er sprake is van (eventuele) camerabewaking.
Zet een verborgen camera alleen in als u een meer dan redelijk vermoeden heeft dat een van uw medewerkers het ‘mijn en dijn’ niet uit elkaar kan houden en wanneer andere opsporingsmethoden hebben gefaald. Die camera mag bovendien maar een beperkte tijd functioneren. Dus verwijder hem nadat u de dief heeft ontmaskerd. Tenzij u ‘m niet meer kunt vinden natuurlijk…


