Als Jurgen Bakker de sleutel van zijn bedrijf inlevert, is hij net geen 60. Hij strijkt het geld op, draait zich om en kijkt de wereld in met een open blik en een gezonde ambitie –klaar voor nieuwe uitdagingen. En die dienen zich al snel aan. Sterker nog, al voordat de deal is beklonken en ‘de centen’ binnen zijn, heeft Bakker zeven dossiers van start-ups en doorgroeiers op zijn bureau liggen, stuk voor stuk hengelend naar zijn vermogen en zijn ervaring. Maar laten we beginnen bij het begin.
Jurgen Bakker wordt –zoals hij het zelf onder woorden brengt– op zijn 15e verzocht het schoolgebouw te verlaten onder de belofte dat hij er nooit, maar dan ook nóóit meer terugkomt. Volgens de directrice omdat ‘de jongeheer Bakker moedwillig een aantal voertuigen van leraren onklaar maakte en daarmee een levensbedreigende situatie creëerde’. Volgens Bakker junior zelf omdat de directrice totaal gespeend was van enige vorm van humor. Dat laatste bleek helaas ook te gelden voor Bakker senior. Hij stuurt zijn zoon naar een internaat in Twente. Dat kwam hard aan bij de in Amsterdam-Oost geboren en getogen puber maar helpen doet het niet. Binnen twee maanden heeft Bakker een voorwaardelijke schorsing aan zijn broek als zijn handeltje in ‘vrolijke rookwaren’ wordt ontdekt. Hij beloofde ermee op te houden. Dat doet hij ook, maar maakt een herstart met een nieuw assortiment: vieze boekjes (uit Amsterdam), angstaanjagend echt lijkende nepwapens (uit Duitsland) en vuurwerk (uit België). Als junior een paar maanden later zijn vader onverwacht het internaatterrein ziet oprijden, pakt hij alvast zijn koffer. Bovendien: papa Bakker is het zat: “Je zoekt maar een baan.”
Wie Jurgen Bakker nu tegen het lijf loopt, kan moeilijk geloven dat deze gesoigneerde zestiger ooit tot de categorie raddraaiers hoorde. Hij is informeel maar stijlvol gekleed en elk spoortje van een Amsterdams accent is weggemoffeld. Daar zijn, geeft hij toe, aardig wat uurtjes logopedie in gaan zitten. “Toen ik uit dienst kwam, kon ik een baantje krijgen in een Amsterdamse kunsthandel. Ik wist helemaal niets van kunst, maar ik had de mazzel dat ik er ouder uitzag dan ik was en ik had een aardige babbel. Verkopen zit me in het bloed. Probleem was alleen dat 99% van de klanten uit andere delen van het land kwam en bovendien nogal bekakt ‘converseerde’. Oud geld, van het ergste soort. Dan breek je met zwaar Mokums weinig potten. De moeder van een van mijn beste vrienden was logopediste. Daar ging ik zes maanden lang, zes dagen per week, twee keer per dag naartoe. Later ben ik verhuisd naar België. Daar ben ik de rest van het accent verloren. Maar het zit er nog steeds hoor. Geef me twee kopstootjes en ik ben al die logopedielessen vergeten.”
Werkloos
Uiteindelijk werkt Jurgen Bakker ruim 3 jaar in de kunsthandel. Bakker: “Het werk was best leuk en ik verdiende goed geld, maar belangrijker was dat ik een netwerk opbouwde van zeer vermogende en invloedrijke mensen uit Nederland, België, Duitsland en zelfs ver daarbuiten. Op een gegeven moment wist ik dat de een zijn huis wilde verkopen en dat de ander op zoek was naar iets. Tja, dan is de deal snel gemaakt. Had je eenmaal een huis voor ze verkocht, dan hadden ze de volgende keer een boot, een auto, een huis in Zwitserland… En uiteraard zat ik daar gezellig tussen. Ging altijd over behoorlijk bedragen. Ook toen al. Dus 1% provisie liep leuk op. Zeker voor iemand van 23, 24. Het ging goed tot mijn baas van de ene op de andere dag dood neerviel. De man was ongetrouwd, kinderloos en in zijn testament stond dat het bedrijf verviel aan een goed doel, ik meen de Zonnebloem. Was ik dus van de ene op de andere dag werkloos.”
Dat duurt niet lang. De volgende dag belt een van de klanten van de kunsthandel Bakker met de vraag of hij niet iemand wist voor zijn bedrijf in veevoeder. In plaats van een geschikte kandidaat te zoeken, weet Bakker de verkoper te bewegen het bedrijf aan hem te verkopen. En te financieren. “Dat was mijn eerste ‘echte’ bedrijf. Nee, ik wist natuurlijk niets van veevoeder. Ik kom uit Oost, weet je nog. Het enige beest dat ik ooit van dichtbij had gezien was een politiehond. Maar ik dacht, ook veevoer moet verkocht worden en dat kan ik wel.”
Som der delen
Dat klopt. Het bedrijf –in Noord-Frankrijk– explodeert onder Bakkers leiding tot aan het punt waarop de productie de verkoop nog nauwelijks kan bijbenen. Er komt een tweede fabriek. En uiteindelijk een derde, een vierde, een transportbedrijf, een machinefabriek – kortom, een conglomeraat in de dop. “Maar,” relativeert Bakker, “Frankrijk is een enorm land. Als je in Nederland tien vrachtwagens hebt rondrijden, valt het op. In Frankrijk verdwijn je met 20 vrachtwagens in het niets.”
“Ik ben begin jaren negentig begonnen met het ontvlechten en verkopen van de verschillende bedrijven. Apart verkopen bracht meer geld op dan de som der delen. Bovendien wilde ik controle over aan wie ik verkocht. Een aantal bedrijven is overgenomen door het management. Soms heb ik dat financieel mogelijk moeten maken. De laatste fabriek heb ik verkocht aan de zoon van een van mijn eerste voormannen. Dat vond ik wel mooi.”
“Waarom ik dat wilde? Ik ben nooit verliefd geworden op de bedrijven, maar wel op de mensen die er werken, als je begrijpt wat ik bedoel. Een van de zwaarste lasten van het ondernemen heb ik altijd de verantwoordelijkheid voor al die gezinnen gevonden. Op een gegeven moment hadden we zo’n 600, 700 man op de loonlijst. Dat betekent dat je als werkgever medeverantwoordelijk bent voor de toekomst van zo’n 2000 á 3000 mensen. Noem me sentimenteel, maar zo voelde ik dat. Daarom was ik erop gebrand dat al die bedrijven zo goed mogelijk terecht zouden komen.”
Weer gefuseerd
“Nee, het heeft me geen moeite gekost om alles achter te laten. Na een tijdje begon ik de mensen te missen, niet de bedrijven. Met veel van die mensen heb ik nog regelmatig contact. Al wordt het natuurlijk steeds minder. Sommigen draaien al tien jaar zelfstandig. Hoewel –en dat is wel grappig– zelfstandig niet altijd meer het goede woord is. Een aantal van de bedrijven uit de ‘oude groep’ zijn inmiddels al weer gefuseerd of werken heel nauw samen. Ook dat is mooi om te zien.”
Geen zak
Terug naar het begin van dit verhaal. Het bedrijf is verkocht, de voormalige nepwapenhandelaar heeft zijn schaapjes definitief op het droge en zeeën van tijd. Bakker: “Ik heb altijd gedacht dat ik wel weer iets nieuws zou gaan beginnen. Misschien kleinschaliger, maar achter de geraniums of op de golfbaan zag ik me zelf niet terecht komen. Het rare is: dat is uiteindelijk tóch wat er gebeurde –in overdrachtelijke zin, wel te verstaan. In mooi Mokums: ik doe geen zak meer.”
Knar
“Waarom ik uiteindelijk niets nieuws ben begonnen en nergens ben ingestapt? Ik kan er alleen maar naar raden want ik ben geen psycholoog. Maar waar het volgens mij op neerkomt; de spanning was er af. Het ‘heilige moeten’ dat je als ondernemer nodig hebt was volledig verdwenen. Ik merkte het toen ik na een maandje vakantie begon met het doornemen van wat businessplannen die ik toegespeeld had gekregen. Ik kon me er niet langer dan twee, drie minuten op concentreren. Ik moest mezelf echt dwingen om ze niet weg te leggen. Het interesseerde me gewoon niet. Eerst dacht ik dat het kwam door de vermoeidheid van 40 jaar hard werken. Nog maar een vakantie. Twee maanden door Amerika getrokken. Weer terug, lagen die dossiers daar natuurlijk nog steeds. Ik werd op een gegeven moment zelfs fysiek misselijk als ik ernaar keek. Geloof het of niet, maar ik ben naar de dokter geweest en heb mezelf binnenstebuiten laten keren. Niets gevonden natuurlijk, want ik mankeerde niets. Tja, dan wordt het toch tijd voor de onvermijdelijke conclusie: ik had het gehad. Ik was een rijke, verzadigde, oude knar geworden.”
Vervelen is een kunst
“Ik heb altijd gedacht dat stilzitten niets voor mij was. Daarin heb ik me lelijk vergist. Niets doen gaat me uitstekend af. Ik geniet van elke minuut. Natuurlijk word ik nog wel eens benaderd met de vraag of ik een businessplan wil beoordelen of iemand wil bijpraten over zaken doen in Frankrijk. Maar ik doe het niet. Gewoon: niet. Voor niemand niet. Zet u dat vooral vetgedrukt in het artikel: ik doe het niet. Ik heb het immens druk met niets doen. Geloof me: je op een charmante manier vervelen is een kunst op zich, dat vraagt dagelijks oefenen.”
Sukkels
“Misschien scheelt het dat ik al jaren in België woon. Het is hier natuurlijk toch al wat bezadigder dan in Holland. Maar ook hier verbaas ik me zo nu en dan over gepensioneerde ondernemers – dik in de 60, 70 – die met een Blackberry in het clubhuis zitten omdat ze als de dood zijn dat ze een e-mail missen. En maar kankeren dat die ‘ondernemers van tegenwoordig’ zo roekeloos zijn met ‘hun geld’. Wat een sukkels. Neem één ding van mij aan: ondernemen is het allerleukste wat er is. Door te ondernemen heb ik een in alle opzichten rijk leven gehad en ik had er geen seconde van willen missen. Als ik morgen door een wondertje opsta als een 20-jarige, doe ik het zó overnieuw. Maar tegelijkertijd heb ik geleerd: wat ik nu doe, is óók onderdeel van het ondernemerschap. Het is genieten, 100% genieten, van al je jaren van ploeteren, nachten doorhalen en keihard werken. Als je jezelf dat ontneemt door maar dóór te blijven ploeteren, dan ben je een slechte manager van je eigen leven. En bij die wijze woorden zou ik het graag willen laten.”
Er komt een dag waarop u de sleutels van uw onderneming moet overhandigen. Hopelijk in ruil voor een stevig bedrag. Een serie interviews die schetst wat u te wachten staat: van ondernemer naar werkloos.

